Rb. Limburg 28 oktober 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:8339

Verzoekers hebben gemeld te willen gaan demonstreren. Verweerder heeft vervolgens voorschriften aan de demonstratie verbonden. Verzoekers zijn het met een aantal voorschriften niet eens en willen demonstreren zonder zich aan deze voorschriften te moeten houden. Zij hebben daarom de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het bestreden besluit wordt geschorst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers een spoedeisend belang hebben bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening, omdat verzoekers naar aanleiding van de melding nog steeds kunnen demonstreren, maar niet op de manier die zij willen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter houden de aan de demonstratie verbonden voorschriften geen verbod in van de demonstratie, maar zijn het beperkingen die verweerder in redelijkheid aan de demonstratie heeft kunnen stellen. Het bestreden besluit is weliswaar onvoldoende gemotiveerd, maar dat geeft geen aanleiding de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Gelet op het verweerschrift en de ter zitting door gemachtigden van verweerder gegeven motivering voor het stellen van de beperkingen aan de demonstratie en het voorlopig oordeel, dat verweerder op grond van deze motivering de beperkingen aan de demonstratie in redelijkheid heeft kunnen stellen, kan het geconstateerde motiveringsgebrek in de bezwaarschriftprocedure zonder meer hersteld worden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening daarom af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken