Rb. Limburg 3 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:4832
De burgemeester is overgegaan tot het sluiten van een woning in Maastricht op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van drie maanden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, gezien het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal en de verklaringen van eiser, de burgemeester op goede gronden heeft geconcludeerd dat er in de woning van eiser een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen. De burgemeester was daarom bevoegd om de woning te sluiten. De voorzieningenrechter is tevens van oordeel dat de burgemeester in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 19 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:489
- ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912
- ABRvS 6 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:719
- ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:627
- ABRvS 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1149
- ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:738
- ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3502
- ABRvS 1 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2933
- ABRvS 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840
- ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2388
- ABRvS 8 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN6187
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 8 juni 1976, ECLI:NL:XX:1976:AC0386