Rb. Limburg 17 januari 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:325
Verweerder heeft in maart 2018 naar aanleiding van het aantreffen van een hennepkwekerij in de woning van eisers op grond van artikel 13b van de Opiumwet aan eisers een last tot sluiting van deze woning opgelegd. De woningsluiting is nog niet geëffectueerd. De rechtbank is van oordeel dat sluiting van de woning ten tijde van de besluiten op bezwaar nog noodzakelijk was. De rechtbank heeft ook beoordeeld in hoeverre eisers van de overtreding van de Opiumwet een verwijt kan worden gemaakt en of eisers, gelet op hun slechte lichamelijke en psychische gezondsheidstoestand, aan de woning gebonden waren. Het was aan eisers om hun beroep op bijzondere medische omstandigheden te onderbouwen. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank, gelet op met name de hem ten tijde van de bestreden besluiten beschikbare medische informatie, in redelijkheid op het standpunt gesteld dat er geen bijzondere omstandigheden waren die ertoe leidden dat van woningsluiting moest worden afgezien. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl