Rb. Limburg 28 april 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:3240
Deze uitspraak gaat over boetes voor overtredingen van de Meststoffenwet. De boetes zijn opgelegd aan twee zusterondernemingen (een mesthandelbedrijf en een mestopslagbedrijf) en hun feitelijk leidinggevende, die voor beide bedrijven dezelfde persoon is. Er is dus, voor een deel van de overtredingen, viermaal een boete opgelegd aan vier overtreders. De rechtbank oordeelt dat de boetes terecht zijn opgelegd aan zowel de beide ondernemingen als tweemaal aan de feitelijk leidinggevende. De rechtbank ziet echter wel aanleiding de boetes te matigen omdat sprake is van sterke financiële en personele verwevenheid van de twee rechtspersonen en de feitelijk leidinggevende van deze rechtspersonen. De totale boete die voor deze overtredingen is opgelegd, staat daarmee niet meer in verhouding tot de ernst van de feitelijke gedraging. Samenhang met uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2020:3229.
De uitspraak op rechtspraak.nl