Rb. Limburg 24 december 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:10617
Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. De ontwikkelingsbedreiging is onder meer gelegen in de forse ex-partnerstrijd tussen de ouders, als gevolg waarvan de kinderen tot voor kort zodanig klem zaten tussen de ouders dat zij zeer zorgelijk gedrag vertoonden en een steeds grotere weerstand hadden tegen het contact met de vader. De inzet van talloze hulpverleningstrajecten heeft daarbij niet geleid tot het verminderen van de loyaliteitsproblematiek en het bereiken van bestendige contacten tussen de vader en de kinderen. Sinds de kinderen middels een machtiging tot uithuisplaatsing in het gezinshuis verblijven, is een opvallende omslag te zien in zowel hun gedrag als de wijze waarop zij reageren op (het contact met) de vader. Nu sinds lange tijd positieve stappen zijn gezet, is het in het belang van de kinderen dat deze ontwikkelingen niet worden onderbroken, maar juist bestendigd. Artikel 8 EVRM verzet zich daarmee niet tegen de machtiging tot uithuisplaatsing. Gelet op de beweeglijkheid en de snelle ontwikkelingen in deze zaak acht de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar niet proportioneel. De kinderrechter verleent de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden, onder aanhouding van de resterende termijn. Het gestarte onderzoek naar mogelijke ouderverstoting dient volgens de onderzoeksopzet afgerond te worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl