Rb. Limburg 30 december 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:10537
Een particulier ontvangt via een familielid, die zich professioneel bezig houdt met beleggingen, informatie over een investeringsproject met hoog rendement. De particulier investeert vervolgens in de vorm van een geldlening in het project van twee ondernemingen, die een paar maanden na de investering failliet gaan. Het beloofde rendement is niet gerealiseerd en de geldlening is voor de faillissement niet terugbetaald. De particulier spreekt in de hoofdzaak de professionele partij aan die het familielid van informatie voorzien heeft over het investeringsproject. De rechtbank oordeelt dat in de hoofdzaak niet gebleken is dat er een overeenkomst bestaat tussen de particulier en de professionele partij die aan het familielid informatie verstrekt heeft. Een contractuele zorgplicht wordt daarom niet aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak ook geen buiten contractuele zorgplicht bestaat. Van een onrechtmatige daad is geen sprake. De vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen. Het gevolg is dat de vorderingen in de vrijwaringszaak en de ondervrijwaringszaak ook worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl