Rb. Limburg 8 november 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:9964
Eisers zijn beurspromovendi uit een derde land. Voorschot op de kinderopvangtoeslag is terecht teruggevorderd. Niet gebleken is van inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. Daarom is niet voldaan aan een voorwaarde uit artikel 1.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet Kinderopvangtoeslag en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp). Naar het oordeel van de rechtbank is met het eerste en vierde lid van artikel 1.6 van de Wkkp het ruime begrip van het verrichten van arbeid, zoals bedoeld in Richtlijn 2005/71, ondervangen. De rechtbank volgt eisers niet in hun stelling dat het onthouden van kinderopvangtoeslag strijdig is met artikel 12 van de Richtlijn 2005/71. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van indirecte discriminatie op grond van nationaliteit.
De uitspraak op rechtspraak.nl