Rb. Limburg 3 juli 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:6172
Vordering tot schorsing aangezegde parate executie; de vordering tot schorsing van de parate executie wordt afgewezen; hypotheekgever heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij één van de verhypothekeerde panden onderhands heeft verkocht; dit oordeel en het oordeel dat de hypotheekgever meer dan voldoende tijd heeft gehad om het pand onderhands te verkopen, maken dat de hypotheekhouder thans kan overgaan tot parate executie; vordering in reconventie, om hypotheekgever te veroordelen medewerking te verlenen aan bezichtigingen van de verhypothekeerde panden, wordt afgewezen, omdat de hypotheekhouder daarbij in het licht van het bepaalde in artikel 550 lid 1 Rv geen belang heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl