Rb. Limburg 11 juni 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:5328

Door de aanleg van een inrit en een in- en uitrit voor een nieuwe supermarkt neemt bij het handhaven van het éénrichtingsverkeer in die straat de hoeveelheid verkeer ter hoogte van een nabijgelegen basisschool toe. Verweerder acht dat vanwege de veiligheid van de jonge en kwetsbare bezoekers van de basisschool niet wenselijk en heeft daarom een verkeersbesluit dat strekt tot het opheffen van het éénrichtingsverkeer genomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het invoeren van tweerichtingsverkeer ten goede komt aan de verkeersveiligheid. Verweerder heeft de toename van het verkeer in de straat waarin de supermarkt is gelegen, de afname van de kwaliteit van de verkeersafwikkeling en het vervallen van openbare parkeerplaatsen door de verbreding van de weg onderzocht en meegenomen in zijn beoordeling. De rechtbank ziet hierin geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder de gevolgen van het verkeersbesluit voor eisers onevenredig had moeten achten in verhouding tot de met het verkeersbesluit te dienen doelen. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken