Rb. Limburg 19 april 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:3448
Belanghebbende. Procesbelang. Eiseres heeft een dochter met een verstandelijke handicap. Aan deze dochter is een persoonsgeboden budget (pgb) toegekend. Eiseres is de gewaarborgde hulp van haar dochter en regelt in die hoedanigheid het pgb van haar dochter. Na een huisbezoek heeft verweerder bepaald dat eiseres niet meer voldoet als gewaarborgde hulp van haar dochter en de dochter medegedeeld dat zij een andere gewaarborgde hulp moet zoeken. Eiseres is het niet eens met die beslissing en heeft daartegen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft dat bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres volgens verweerder geen belanghebbende is bij de beslissing die is genomen. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat wel belanghebbende is, omdat haar rechtspositie door de beslissing van verweerder direct wordt beïnvloed. Zij mag immers niet langer de gewaarborgde hulp van haar dochter zijn. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft, omdat zij het beoogde resultaat - dat zij gewaarborgde hulp van haar dochter blijft - niet met deze procedure kan bewerkstelligen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl