Rb. Limburg 26 februari 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:1746
Kort geding. artikel 705 lid 2 Rv. Eiser vordert opheffing van het door gedaagde gelegde conservatoire beslag. Hij stelt, met een beroep op artikel 705 lid 2 Rv, dat, doordat de bodemrechter in eerste aanleg bij vonnis van 11 januari 2017 de vordering van gedaagde heeft afgewezen, summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van die vordering. Gedaagde heeft echter tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank, zodat geen sprake is van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis. Het vonnis in eerste aanleg van 11 januari 2017 kan dan ook niet gelden als uitgangspunt voor een toewijzing van een in dit kort geding gevorderde opheffing van het beslag. (HR ECLI:NL:HR:2006:AV1559) Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vordering van gedaagde ondeugdelijk is en dat zij geen belang (meer) heeft bij het door haar gelegde beslag. De vordering van eiser tot opheffing van het door gedaagde gelegde conservatoire beslag wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl