Rb. Limburg 4 februari 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:1001
Bij besluit van 4 december 2018 heeft verweerder besloten het procescertificaat asbestverwijdering onvoorwaardelijk te schorsen voor een termijn van 30 dagen, ingaande op 20 december 2018 (het bestreden besluit). Gelet op het oordeel van de voorzieningenrechter over de afwijking LIM-JW75C-III/02 en de verdeeldheid tussen partijen ten aanzien van de afwijkingen LIM-JB15C-II/01 en LIM-JB15C-II/02, acht de voorzieningenrechter het niet uitgesloten dat het bestreden besluit geen standhoudt in bezwaar. Verzoekster heeft een onmiskenbaar groot belang bij toewijzing van het verzoek, terwijl de voorzieningenrechter geen urgent belang aan de zijde van verweerder ziet bij onmiddellijke uitvoering van het bestreden besluit. De afwijkingen die zijn geconstateerd, zijn alle hersteld, zo blijkt uit de afwijkingsformulieren. Na het bestreden besluit hebben nog twee audits bij verzoekster plaatsgevonden en tijdens deze audits zijn geen afwijkingen geconstateerd. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe en treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl