Rb. Limburg 10 oktober 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:9766

Verjaring schadevergoedingsvordering (artikel 3:310 BW). Eiser vordert van gedaagde de helft van de door eiser gemaakte kosten voor de bouw van een (gedeeltelijk) nieuwe keermuur, die is gebouwd ter voorkoming van afkalving van het talud van het perceel van zijn buur (gedaagde). Als grondslag voor die vordering voert eiser aan een door de buur gepleegde onrechtmatige daad (artikel 6:174 BW, artikel 5:37 BW en artikel 5:55 BW), dan wel ongerechtvaardigde verrijking van de buur. De rechtbank oordeelt dat de gestelde vorderingen uit onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking zijn verjaard. Als “gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt” in de zin van lid 1 van artikel 3:310 BW moet – toegesneden op dit geval – niet worden beschouwd het oprichten van een (gedeeltelijk) nieuwe keermuur, maar wel de ophoging van het perceel van gedaagde. Naar analogie van een ongeluk dat tot schade heeft geleid, wordt met “de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt” niet bedoeld de uitgaven om schade als gevolg van een ongeval te herstellen, maar het ongeval zelf dat tot schade heeft geleid, die vervolgens door na het doen van uitgaven is hersteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen