Rb. Limburg 29 augustus 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:8106

Wnb-vergunning; aanvraag voor 1 juli 2015. Voor zover is betoogd dat aan het PAS onmiddellijke werking dient toe te komen, overweegt de rechtbank dat door de wetgever, weliswaar niet in het oorspronkelijke wetsontwerp maar via een amendement, overgangsrecht in het leven is geroepen en aan het PAS geen onmiddellijke werking is toegekend. De rechter kan in de beoordeling daarvan niet treden op grond van artikel 120 van de Grondwet, tenzij moet worden geconcludeerd dat de het overgangsrecht als zodanig niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Voor die conclusie is echter geen steun te vinden in hetgeen eiseressen hebben aangevoerd en de rechtbank ziet daarvoor ook overigens geen grond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken