Rb. Limburg 26 april 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:4062
Eisers komen in beroep tegen een tweetal door verweerder in bezwaar gehandhaafde besluiten, namelijk een standplaats- en een omgevingsvergunning ten behoeve van de (tijdelijke) verkoop van ijs en blikjes/flesjes frisdrank vanuit een ijskraam op het eigen terrein van vergunninghoudster. De rechtbank deelt het standpunt van verweerder dat er sprake is van een openbare plaats voor de ijskraam, er derhalve een standplaatsvergunning nodig is, en verweerder in dit verband voldoende beargumenteerd heeft besloten van bepalingen in de Algemene plaatselijke verordering (Apv) af te wijken. Of er al dan niet tevens een (horeca-)exploitatievergunning op grond van de Apv nodig is, doet daaraan niet af. Ten aanzien van de omgevingsvergunning, waarbij is afgeweken van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat er in casu geen sprake is van onevenredige aantasting van het woon-/leefklimaat van eisers, zoals neergelegd in door verweerder gehanteerde beleidsregels, het advies van de stadsbouwmeester alsmede een verkeersrapport. Beide beroepen zijn derhalve ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl