Rb. Limburg 29 maart 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:3564
Veroordeling tot een gevangenisstraf van 18 maanden wegens medeplegen van overtreding van artikel 10a van de Opiumwet en medeplegen van overtreding van artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën met betrekking tot 1800 liter PMK. Overschrijding redelijke termijn: strafkorting van 15%.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03/864021-13
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2018
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens verdachte] ,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
[verdachte] wordt bijgestaan door mr. P.J. A . van de Laar, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 januari 2018, 17 januari 2018 en 18 januari 2018. [verdachte] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 15 maart 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte] :
Feit 1: samen met anderen, als marktdeelnemer, zonder vergunning, opzettelijk 1.800 liter cq. 2.160 kilogram PMK heeft ingevoerd. (zaaksdossier 6)
Feit 2: samen met anderen de productie en/of het verhandelen en/of het binnen het grondgebied brengen van MDMA en/of MDEA en/of MDA heeft voorbereid. (zaakdossier 6)
3 De beoordeling van het bewijs
3.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen zijn. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie betoogd dat [verdachte] als rechterhand heeft gefungeerd van medeverdachte [medeverdachte 1] . Er is sprake van medeplegen omdat de rol van [verdachte] van belang, en uiteindelijk onmisbaar, was bij de invoer van deze partij PMK. Bovendien was er sprake van wetenschap. [verdachte] heeft aldus samen met anderen voorbereidingshandelingen verricht.
Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie betoogd dat [verdachte] is aan te merken als marktdeelnemer. Hij heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, door deze partij in te voeren zonder dat zij daarvoor een vergunning hadden. De door het NFI onderzochte monsters bevatten voornamelijk PMK, waarmee is voldaan aan het vereiste in de Wvmc dat het economisch rendabel is de PMK te gebruiken voor de productie van synthetische drugs.
3.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de integrale vrijspraak van [verdachte] bepleit.
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman primair aangevoerd dat hij slechts een bekende was van medeverdachte [medeverdachte 1] . Hij was niet (financieel) betrokken bij de import van de PMK, had geen banden met de in het dossier genoemde Chinezen, nam niet deel aan besprekingen en had geen BlackBerry. De in zijn woning aangetroffen BlackBerry had [verdachte] in zijn auto gevonden, nadat hij deze auto had uitgeleend. [verdachte] kreeg een tip dat hij een partij ruitensproeiervloeistof zou kunnen kopen. Alleen om die reden was hij in de loods in Valkenswaard aanwezig. [verdachte] is ook niet dezelfde persoon als [aliasnaam 1] . Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de periode dient te worden ingekort tot de periode van 2 juni 2013 tot begin juli 2013, nu er geen bewijs is voor de langere tenlastegelegde periode.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman betoogd dat [verdachte] niet beschikte over de vereiste vergunning, maar geen wetenschap had van de aanwezigheid van PMK. Evenmin was er sprake van medeplegen.
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl