Rb. Limburg 10 april 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:3319

Het college maakt bij de maatwerkvoorziening ondersteuning gebruik van arrangementen. In geschil is de hoogte van het aan eiser toegekende pgb passend bij arrangement 8. Niet voldoende concreet is bepaald wat de inhoud van de maatwerkvoorziening in de vorm van arrangement 8 is. Het college kan het niet aan de zorgaanbieder overlaten om met de cliënt te bespreken hoe invulling wordt gegeven aan het toegekende arrangement. Hoewel een maatwerkvoorziening ondersteuning zich wellicht minder leent voor een nauwkeurige tijdsindicatie, zal toch de benodigde richting ter zake moeten worden aangegeven. Nu het college het aan de zorgaanbieder en de cliënt overlaat te bepalen op welke wijze invulling wordt gegeven aan het toegekende arrangement, is er sprake van strijd met artikel 2.6.4, eerste lid, van de Wmo 2015. Ten onrechte heeft het college tariefdifferentiatie in Besluit vastgelegd. Tariefdifferentiatie had vastgelegd moeten worden in de Verordening. Het college is niet bevoegd om nadere regels vast te stellen in het Besluit, nu artikel 2.1.3, tweede lid, van de Wmo 2015, in verbinding met artikel 2.3.6, vierde lid, van de Wmo 2015, daarvoor geen grondslag biedt. Beroep is gegrond, het college moet een nieuw besluit nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken