Rb. Limburg 29 maart 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:3094
Veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 jaar en 4 maanden wegens medeplegen van overtredingen van de Opiumwet (o.a. invoer en voorbereidingshandelingen) en deelname aan een criminele organisatie (ter zake van cocaïne). Overschrijding redelijke termijn: strafkorting van 10%. Opheffing schorsing voorlopige hechtenis bij einduitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03/720642-13
Tegenspraak (gemachtigde raadsman)
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2018
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens verdachte] ,
wonende te [adresgegevens verdachte] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.
[verdachte] wordt bijgestaan door mr. W.J.J. Lunsingh Tonckens, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 november 2017, 24 november 2017 en op 6 december 2017. [verdachte] was niet aanwezig. De door hem gemachtigde raadsman wel. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 15 maart 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte] :
Feit 1: samen met anderen 50 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht dan wel samen met anderen 50 kilogram cocaïne heeft verhandeld dan wel aanwezig heeft gehad. (zaaksdossier 2)
Feit 2: samen met anderen heeft geprobeerd om 550 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland te brengen dan wel samen met anderen 550 kilogram cocaïne heeft verhandeld dan wel samen met anderen het verhandelen en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 550 kilogram cocaïne heeft voorbereid.
(zaaksdossier 2)
Feit 3: samen met anderen heeft geprobeerd om 200 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland te brengen dan wel samen met anderen 200 kilogram cocaïne heeft verhandeld, dan wel samen met anderen het verhandelen en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 200 kilogram cocaïne heeft voorbereid.
(zaaksdossier 2)
Feit 4: in Nederland, België en de Dominicaanse Republiek heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die als oogmerk had het plegen van overtredingen van de Opiumwet en het voorbereiden daarvan. (zaaksdossier 7)
3 De beoordeling van het bewijs
3.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat de primaire variant van de feiten 1, 2 en 3 en feit 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De officier van justitie acht bewezen dat [verdachte] samen met anderen een partij van minimaal 50 kilogram cocaïne heeft ingevoerd. De twee daarop volgende containers hadden cocaïne moeten bevatten, maar deze transporten liepen mis. De opzet van de groepering was – althans voor wat betreft feit 2 – gericht op de invoer van 550 kilogram, om welke reden de officier van justitie een poging tot invoer van 550 kilogram – en niet de aangetroffen 366 kilogram – bewezen acht. Verder is de poging tot invoer van 200 kilogram cocaïne bewezen. Ten aanzien van feit 4 acht de officier van justitie voorts bewezen dat [verdachte] deelnam aan een criminele organisatie die zich mede bezighield met de invoer van cocaïne.
3.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de vrijspraak van [verdachte] van de feiten 1, 2, 3 en 4 bepleit. Uit het procesdossier kan feitelijk enkel worden afgeleid dat [verdachte] contact heeft gehad met zijn familielid [medeverdachte 1] . Niet is gebleken dat hij een intellectuele en/of materiële bijdrage heeft geleverd aan enig delict, zodat er onvoldoende bewijs voor medeplegen is. Evenmin is gebleken van een of meerdere wilsbesluiten en/of activiteiten dienstig aan het oogmerk van enige criminele organisatie.
3.3 Het oordeel van de rechtbank
Inleiding
Het onderzoek Wolf Beretta is een zeer omvangrijk onderzoek waarbij een aantal verdachten over langere tijd door de politie in de gaten is gehouden. Dit in de gaten houden bestond onder andere uit het tappen van vele telefoonlijnen, het plaatsen van afluisterapparatuur in de diverse auto’s in gebruik bij verdachten en in de woning van [medeverdachte 2] , het observeren van verdachten, en het opnemen van vertrouwelijke communicatie tussen verdachten tijdens besprekingen in horecagelegenheden. In het proces-verbaal is door middel van pv’s stemherkenning en pv’s bevindingen met betrekking tot de bijnamen van verdachten aangegeven op basis van welke feiten en omstandigheden de politie de conclusie trekt dat een bepaald telefoonnummer door een bepaalde verdachte wordt gebruikt, wie er spreekt en wie met een bepaalde bijnaam bedoeld wordt. Na de inbeslagname van een aantal BlackBerry telefoons onder verdachten is ook herleid kunnen worden welke verdachte gebruik maakte van welk BlackBerry e-mailadres.
Daar waar een en ander door de verdediging niet betwist wordt, neemt de rechtbank de conclusie van de politie, dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een bepaald telefoonnummer of dat een bepaalde verdachte met een bepaalde bijnaam wordt aangeduid of dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een onder hem inbeslaggenomen BlackBerry, over en maakt deze tot de hare.
Daar waar de verdediging in dit kader iets betwist heeft, gaat de rechtbank hierop nader in in haar bewijsoverwegingen.
[medeverdachte 3] BlackBerry [aliasnaam 1] en [aliasnaam 1] (= [aliasnaam 1] in het Spaans)
[medeverdachte 4]
[medeverdachte 5] BlackBerry [aliasnaam 2], [aliasnaam 2], [aliasnaam 2], [aliasnaam 2],
[aliasnaam 2]
[medeverdachte 2] [aliasnaam 3], [aliasnaam 3] , [aliasnaam 3]
[medeverdachte 6] BlackBerry [aliasnaam 4], [aliasnaam 4]
[medeverdachte 7]
[verdachte]
[medeverdachte 8] BlackBerry [aliasnaam 5], [aliasnaam 5]
[medeverdachte 9] [aliasnaam 6]
[medeverdachte 1] BlackBerry [aliasnaam 7] of [aliasnaam 7]
[medeverdachte 10] [aliasnaam 8], [aliasnaam 8]
Feiten 1 tot en met 4
Zaaksdossier 2: de invoer van een partij van minimaal 50 kilogram cocaïne en de criminele organisatie ( [medeverdachte 7] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] )
De rechtbank merkt op dat de kopjes tussen de bewijsmiddelen enkel zijn bedoeld om de leesbaarheid te bevorderen en geen duidelijke scheiding vormen tussen de bewijsmiddelen voor verschillende feiten, te meer daar alles in onderling verband en samenhang bezien een rol speelt in het bijzonder, maar niet alleen, voor de criminele organisatie.
De eerste container
Uit het proces-verbaal van observatie en het ten gevolge daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen bekijken videobeelden, blijkt, zakelijk weergegeven, onder andere dat op 20 januari 2012 een ontmoeting is geobserveerd tussen [medeverdachte 7] , [persoon 1] , [medeverdachte 3] , [persoon 2] , en een onbekende persoon bij pannenkoekenhuis ‘ [naam] ’ te Leende.
Op 13 maart 2012 is er sms verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] waarin [medeverdachte 5] aangeeft dat hij morgen kan langskomen als hij terugkomt van Amsterdam om [aliasnaam 3] af te halen. [medeverdachte 5] voegt toe: ‘zie je die ook nog eens’.
Op 14 maart 2012 arriveert [medeverdachte 2] op Schiphol alwaar hij wordt opgehaald door [medeverdachte 5].
Vanaf 12 maart 2012 is er sms verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] enerzijds en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] anderzijds. Hieruit kan afgeleid worden dat men afspraken maakt voor een ontmoeting op 16 maart 2012 rond 11.00 uur. Door het observatieteam wordt gezien dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] op 16 maart 2012 samen in een VW Caddy [kenteken 1] rijden en dat die Caddy om 9.58 uur geparkeerd wordt op de parkeerplaats van het kerkhof gelegen aan de Valkenswaardseweg te Leende. Om 10.19 uur komen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] uit het restaurant [naam] te Leende. Om 11.29 uur rijden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] weer met de Caddy weg. Om 11.40 uur wordt gezien dat de Caddy geparkeerd staat bij de woning van [medeverdachte 10] te Leende.
Op 4 april 2012 neemt [medeverdachte 5] om 8.26 uur contact op met [medeverdachte 10] en geeft aan dat hij dringend de vriend van [medeverdachte 10] moet zien. [medeverdachte 10] neemt vervolgens contact op met [medeverdachte 3] en geeft dan aan dat ‘ [aliasnaam 2] ’ (= bijnaam [medeverdachte 5] ) hem wil zien. Er wordt afgesproken om 10.30 uur bij ‘ [naam] ’.
Daarna belt [medeverdachte 5] [medeverdachte 2] en zegt dat hij dringend naar Eindhoven moet omdat ‘dat met die foto’s was niets’. Uit het gesprek volgt dat [medeverdachte 5] [medeverdachte 2] oppikt om mee te gaan. Rond 11-12 uur was de telefoon van [medeverdachte 2] in elk geval in de buurt van [naam] / [naam] , de twee horecagelegenheden in Valkenswaard (waar vaker wordt afgesproken en die worden aangeduid met ‘ [naam] ’).
Om 9.38 uur, 9.40 uur en 10.58 uur belt [medeverdachte 10] uit naar [medeverdachte 3] . Er komt geen communicatie tot stand.
Rond diezelfde tijd vraagt [medeverdachte 10] per sms aan de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] waar hij is. Op basis van de omstandigheid dat met de gebruiker van ditzelfde telefoonnummer een afspraak wordt gemaakt bij [medeverdachte 10] thuis en vervolgens geobserveerd wordt dat de auto in gebruik bij [medeverdachte 7] (een Audi A3) met Belgisch kenteken [kenteken 2] op het afgesproken tijdstip bij de woning van [medeverdachte 10] achterom rijdt, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 7] de gebruiker van dit telefoonnummer is.
Vervolgens is [medeverdachte 10] boos op [medeverdachte 3] dat deze niet is op komen dagen. ‘ [aliasnaam 2] ’ is voor niets gekomen, terwijl hij hem dringend nodig heeft, want er klopt niets van. Afgesproken was dat [medeverdachte 3] vandaag/woensdag beschikbaar zou zijn (opmerking rechtbank: 4 april 2012 valt op een woensdag). Rond 17.00 uur bericht [medeverdachte 3] [medeverdachte 10] dat hij een afspraak had die voor ging. Hij geeft aan dat hij vanaf 18.00 uur thuis is. [medeverdachte 10] sms-t terug dat hij er zal zijn.
Om 17.15 neemt [medeverdachte 5] contact op met het Dominicaanse nummer [telefoonnummer] . Hij bericht dat die ander [aliasnaam 3] moet accepteren (waarschijnlijk wordt Skype bedoeld). Hij ondertekent met [aliasnaam 2] . ( [medeverdachte 2] wordt vaker aangeduid als [aliasnaam 3] en [medeverdachte 5] als [aliasnaam 2] ). In de computer van [medeverdachte 1] zijn zowel de skype namen [aliasnaam 3] als [aliasnaam 2] aangetroffen. Op basis van deze gegevens in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] de gebruiker van dit Dominicaanse nummer is.
Op 4 april 2012 vindt er omstreeks 18.00-18.15 uur alsnog een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] bij ‘ [naam] ’. Om dit te regelen is er ge-sms-t tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] . Ook [medeverdachte 2] is aanwezig. (De rechtbank leidt de aanwezigheid van [medeverdachte 2] af uit de mededeling van [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] dat de ‘gasten zitten te wachten’, het telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en zijn partner van 17.20 uur waarin hij aangeeft dat hij geen tijd heeft omdat hij weg moet en het sms-bericht van [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 10] waarin staat ‘Zijn onderweg. Zullen ong 15min later zijn’ in combinatie met het gegeven dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 2] als hij in Nederland is doorgaans samen met [medeverdachte 5] optrekt.)
Om 18.47 uur en 18.59 uur stuurt [medeverdachte 3] een sms naar het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 7].
Uit een sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] is af te leiden dat er rond 19.30 uur weer een ontmoeting is tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] bij [medeverdachte 10] thuis.
Tussen 19.15 uur en 19.30 uur heeft [medeverdachte 5] sms contact met het reeds hiervoor aangehaalde Dominicaanse telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] . Er wordt door [medeverdachte 1] gevraagd of [medeverdachte 5] de info al heeft kunnen regelen. [medeverdachte 5] geeft aan: ‘nu niet, zijn er mee bezig’.
Rond 22.00 uur sms-t [medeverdachte 10] [medeverdachte 5] : ‘het wordt morgen voor we elkaar zien’.
Rond 23.00 uur heeft [medeverdachte 5] weer contact met datzelfde Dominicaanse [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] geeft aan dat hij wel morgen een afspraak heeft, maar dat hij niks meeneemt omdat hij vandaag geen info van [medeverdachte 5] had gekregen.
Diezelfde avond en in de ochtend van 5 april 2012 zijn er de nodige telefonische contacten tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
In de ochtend van 5 april 2012 is er tussen 11.00 en 11.30 uur een ontmoeting tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] bij Hotel [naam] te Valkenswaard. Ook de auto in gebruik bij [medeverdachte 10] is daar rond dat tijdstip gesignaleerd. Omdat het initiatief voor deze afspraak van [medeverdachte 10] afkwam concludeert de rechtbank dat ook [medeverdachte 10] daarbij aanwezig was.
Vanaf 11.45 uur is er vervolgens herhaaldelijk telefonisch contact tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] .
Rond 12.30 uur die dag (5 april 2012) hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] sms-contact over een afspraak die avond. Rond 19.30 uur is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en het Nederlandse nummer van [medeverdachte 1] en rond 22.00 uur tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
In de vroege uren en ochtend van 6 april 2012 neemt het Nederlandse nummer van [medeverdachte 1] per sms contact op met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] geeft aan dat hij nu pas in de trein naar huis zit en dat het hem niet gaat lukken. Gevraagd wordt: ‘kunnen jullie misschien niet bij me thuis koffie drinken?’ Gemeld wordt dat het andere nummer in de koffer is achtergelaten. Aan de lijn is thans [aliasnaam 7] , vriend van [aliasnaam 2] . Uit het onderzoek is gebleken dat [aliasnaam 7] een internetnaam van [medeverdachte 1] is en [aliasnaam 2] / [aliasnaam 2] van [medeverdachte 5] .
Op 9 april 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Op 10 april 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] waaruit af te leiden is dat ze elkaar die ochtend ontmoet hebben.
Eerste container: HASU 4001697
Verklaring voor al deze drukte:
Op of omstreeks 9 april 2012 werd een container (HASU 4001697) verstuurd vanuit de Dominicaanse republiek. De container had als lading travertin tegels, te weten 580 m2 ter waarde van USD 12.505,- verpakt in 15 kratten. Deze bestelling was in de Dominicaanse Republiek gedaan door iemand die zich ‘ [persoon 3] ’ noemde. Deze tegels werden door het bedrijf [bedrijf 1] bij [bedrijf 2] besteld en door [bedrijf 2] rechtstreeks geleverd aan [bedrijf 3] , te Antwerpen. De geschatte aankomst in de haven van Antwerpen was 24 april 2012.
Door de Belgische autoriteiten werd onderzoek verricht naar het bedrijf [bedrijf 3] . Op 16 september 2011 werd de maatschappelijke zetel van dit bedrijf verplaatst naar het adres [adres 1] te 2018 Antwerpen. Op deze datum werd [persoon 4] benoemd als onbezoldigd zaakvoerder.
In een loods in Mol zijn op 24 juni 2013 travertin tegels aangetroffen in een bekisting waarop stond [bedrijf 1] . Die loods was begin maart 2012 gehuurd door [persoon 4] van [bedrijf 4] . De opgegeven adresgegevens van de loods waren identiek aan die van [bedrijf 3] .
Op 12 april 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] . Er wordt een afspraak gemaakt tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] voor de volgende dag. Het lijkt erop dat [medeverdachte 7] [medeverdachte 3] niet te pakken krijgt, want hij sms-t aan [medeverdachte 10] : ‘Onze vriend antwoordt niet’. [medeverdachte 10] antwoordt: ‘Ok zie je morgen. Ik ben ook in Antw. In de vroege middag eventueel’.
Later die dag is er weer over en weer sms verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Ook de volgende dag 13 april 2012 is er verspreid over de hele dag sms verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] . Op 14 april 2012 in de ochtend is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] ; zo ook op 16 en 17 april 2012.
Op 17 april 2012 is er ook weer sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] . [medeverdachte 3] klaagt dat hij geen vervoer heeft en sms-t aan [medeverdachte 10] : ‘Vraag of ie ff naar mij komt’. Later die ochtend is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] . [medeverdachte 7] geeft aan dat hij ‘pas om 13 u in eik’ kan. Er wordt om 4 uur afgesproken in ‘eik’. De politie vermoedt dat met ‘eik’ het Belgische Maaseik wordt bedoeld.
Daarna, tegen 17.00 uur, belt een telefoonnummer dat later aan [medeverdachte 10] gekoppeld wordt twee keer uit naar [medeverdachte 5] . Er wordt een afspraak gemaakt om elkaar te zien bij ‘ [aliasnaam 9] ’ en, als die er niet blijkt te zijn, zegt [medeverdachte 10] dat hij wel naar [medeverdachte 5] komt. [medeverdachte 5] geeft aan: “Ja oke je komt richting [naam] ”. [medeverdachte 10] geeft aan: “Daar op de hoek weet je wel. Ik weet niet wat je bedoelt nou”. [medeverdachte 5] zegt: “Ja oke, hou dat dan maar aan dan”. [medeverdachte 10] : “Ik ben er zo”.Om 18.38 uur stuurt [medeverdachte 10] een sms naar [medeverdachte 7] : ‘Zit met die mensen aan tafel, als die auto geen originele papieren heeft, dan kan men niets doen?’ Om 18.41 stuurt [medeverdachte 7] een sms naar [medeverdachte 3] . [medeverdachte 10] sms-t [medeverdachte 7] om 18.41: ‘Oké heb ze al gezien dus zacht (de rechtbank begrijpt dat ‘wacht’ is bedoeld) effe tot donderdag. We hebben nog tijd volgens mij’. Om 18.42 uur wordt er twee keer over en weer ge-sms-t tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] . Om 19.02 uur meldt [medeverdachte 7] aan [medeverdachte 10] dat hij de volgende ochtend om 9.30 uur bij hem is.
Uit de historische verkeersgegevens van het nummer van [medeverdachte 3] blijkt dat er op 18 april 2012 rond de middag vier keer telecommunicatieverkeer plaatsvindt tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] . Later die dag is er sms verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] .
Op 19 april 2012 is er rond 8.00 uur drie keer sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] . Uit het peilbaken blijkt dat de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] rond 9.00 uur in de buurt van de woning van [medeverdachte 10] is.
Op 19, 20 en 21 april 2012 zijn er de nodige telefonische contacten tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] , en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Op 22 april 2012 maakt [medeverdachte 3] een afspraak met [medeverdachte 5] ‘bij onze vriend’ voor maandagmorgen (23 april 2012).
Op 23 april 2012 hebben rond 8.45 uur [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] nog sms-contact. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] rond 8.30 uur vertrekt vanuit Sittard-Geleen (zijnde de verblijfplaats van [medeverdachte 2] ) naar Leende. Rond 9.15 is er een stop op de [adres 2] te Leende, zijnde in de buurt van de woning van [medeverdachte 10] . Daarna (10.15 uur) begeeft die auto zich naar de omgeving van Hotel [naam] in Valkenswaard.
Die middag vindt er sms-verkeer plaats tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] .
De volgende dag op 24 april 2012 is er rond 9.00 uur weer smsverkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] .
Op 25 april 2012 wordt er een afspraak gemaakt tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] . In deze sms vraagt [medeverdachte 5] of [medeverdachte 10] zijn kant op kan komen (in verband met te veel blauw op de weg). [medeverdachte 5] ondertekent met ‘ [aliasnaam 2] ’. Uiteindelijk wordt (tussen 18 en 18.30 uur) afgesproken bij het [naam] . De rechtbank gaat er van uit dat ook [medeverdachte 2] bij deze bespreking aanwezig is, omdat er rond 10.45 uur een gesprek is getapt tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] waarin [medeverdachte 5] aangeeft dat ‘we aan het eind van de middag bezoek krijgen’ ‘ja waar ik eigenlijk vanmorgen heen zou gaan’ ‘die kwam laat in de middag deze kant op’ ‘dat ik niet die kant op hoefde, er is ontzettend veel blauw op de autobaan.
Rond 18.00 uur wordt er weer ge-sms’t tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 3] .
Uit de peilbakengegevens blijkt dat de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] die avond tussen 18.15 en 18:45 uur bij het [naam] te Stein staat.
Om 18.51 uur sms-t [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 7] : ‘ik ben bij jou in de buurt, ben je thuis?’ ( [medeverdachte 7] woont in Maasmechelen en dat ligt vlak bij Stein.) Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 10] elkaar hebben ontmoet bij het [naam] , waarna [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] elkaar ontmoet hebben.
Aankomst container HASU 4001697 in Antwerpen
Deze container is op 24 april 2012 gearriveerd in de haven van Antwerpen bij kaai 742. De opdracht tot inklaren is van 26 april 2012. Deze opdracht is afkomstig van [bedrijf 3] .
Tussen 26 april 2012 en 2 mei 2012 zijn er zeer veel contacten (telefonisch en ontmoetingen) tussen [medeverdachte 10] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5] (en [medeverdachte 2] ) over en weer:
Berichtenverkeer en ontmoetingen op 26 april 2012:
Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] tussen 8.57 en 9.16 uur:
[medeverdachte 10] : ‘Heb je mijn tekst gehad’
[medeverdachte 7] : ‘Ik niet ik heb met ons vriend om 11.u. af. In eik’
(de rechtbank merkt op dat met ‘eik’ vermoedelijk Maaseik wordt bedoeld)
‘ik must in antw. Van 18.u tot 23.u vor de inf. Van jou vriend’
[medeverdachte 10] : ‘Ik heb je gister al gestuurd. Was om 1900. Bij jou. Heb iets voor jou ivm foto. Ik probeer hem te pakken te krijgen en geef hem mee. Gr. Ps heb ook veel keer over laten gaan.’
Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] tussen 9.17 en 9.19 uur:
[medeverdachte 10] : ‘Kan je even langs mij ivm [aliasnaam 10] ’. Opmerking rechtbank: met ‘ [aliasnaam 10] ’ wordt naar alle waarschijnlijkheid [medeverdachte 7] bedoeld.
[medeverdachte 3] : ‘Die zie ik zo meteen. Moet daar na. Gaat niet anders.
Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] om 9.19 uur:
[medeverdachte 10] : ‘Probeer hem ook even te zeggen dat hij bij mij stopt’
[medeverdachte 7] : ‘Ik waas weg om 17.15 must <LF> om 18.udar ij mar op 1. Pl.
Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 3] tussen 9.20 en 9.27 uur:
[medeverdachte 10] : ‘Beter even stoppen. Het is voor hem’.
[medeverdachte 3] : ‘Ok ik vertrek zo’.
[medeverdachte 10] : ‘Gas erop’.
Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] tussen 9.23 en 9.25 uur:
[medeverdachte 10] : ‘Hoeft niet meer heb hem nu gehad. Ik heb voor voor foto gekregen’
‘Gister .en je kunt zeggen tegen je vriend dat je het hebt. Als je h’
‘et vandaag niet hebt geef ik je het zodra ik je zie. Gr.’
[medeverdachte 7] : ‘OK’
Sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] tussen 10.06 en 11.07 uur:
[medeverdachte 5] : ‘Vriend wanneer horen of zien we jullie? Gr [aliasnaam 2] ’.
[medeverdachte 3] : ‘Kan zo meteen. Ik zit in maaseik’.
Voorts is er tussen 11.07 en 11.09 uur drie keer sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Daarna neemt [medeverdachte 3] contact op met [medeverdachte 5] via de sms (Sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] tussen 11.47 en 11.50):
[medeverdachte 3] : ‘Kunnen we nu afspr.? Ik ben in zuiden.
[medeverdachte 5] : ‘Ok zeg maar waar’
[medeverdachte 3] : ‘Urmond?’
[medeverdachte 5] : ‘Ok ong 15min’
[medeverdachte 3] : ‘OkOk’
Uit de peilbakengegevens van de VW Polo met kenteken [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] blijkt dat deze om 12.08 uur bij het [naam] Hotel in Urmond is geweest.
Om 12.36 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘Kun je om 14u op plek zijn waar we ons net gezien hebben. gr. [aliasnaam 2] .’ [medeverdachte 3] antwoordt om 12.37 uur: ‘ok’
Om 12.38 uur is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] tussen 13.32 en 13.33 uur:
[medeverdachte 3] : ‘ik ben 10min later.’
[medeverdachte 5] : ‘geen probleem, zitten binnen’
(uit het gebruik van het meervoud, leidt de rechtbank af dat ook [medeverdachte 2] aanwezig is).
[medeverdachte 3] : ‘OK’
Uit de peilbakengegevens van de VW Polo met kenteken [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] blijkt dat deze tussen 14.04 en 15.19 uur bij het [naam] Hotel in Urmond is geweest.
Tussen 14.29 en 15.58 uur is er vier keer sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] . Om 15.49 belt [medeverdachte 7] uit naar [medeverdachte 10] . Een computerstem antwoordt dat het mobiele nummer niet bereikbaar is.
Om 16.01 uur sms-t [medeverdachte 3] [medeverdachte 5] :
[medeverdachte 3] : ‘we hebben hem. Is ok. Blaas alles maar af. We zien ons morgen.’
[medeverdachte 5] : ‘ok vriend. Gr.’
Tussen 18.19 en 21.16 uur stuurt [medeverdachte 10] een drietal sms-en naar [medeverdachte 7] :
‘Ik moet vroeg weg. ik kan beter bij [naam] bij jou thuis stoppen om 8.30. oké’
‘Dus als ik ze zie kan ik dat zo zeggen dat ze zich geen zorgen over de aanbouw hoeven te maken?’
‘Ik moet morgen al vroeg weg. ik kan beter bij [naam] bij jou thuis stoppen om 8.30. oké?’
Tussen 21.17 en 21.22 is er een sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] :
[medeverdachte 10] : ‘Morgen ben ik er niet. Je kan met die ene contact op nemen eventueel. Gr.’
[…]
[medeverdachte 10] : ‘oké ben er zaterdag ook niet of laat middag’
[medeverdachte 5] : ‘Ok, dan hou ik even contact met jou vriend. Gr.’
Vervolgens probeert [medeverdachte 10] tussen 26 april 2012, 22.22 uur en 27 april 2012, 7.22 uur tot vier keer toe in contact te komen met [medeverdachte 7] .
Berichtenverkeer en ontmoetingen op 27 april 2012
Tussen 8.01 en 9.17 uur is er contact tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] :
[medeverdachte 10] : ‘ja van vroeger ook koffie en eten
[medeverdachte 7] : ‘U.lat bij de [naam] .
[medeverdachte 10] : ‘bij jullie [naam] in maas mechelen’
[medeverdachte 7] : ‘U.lat’
[medeverdachte 10] : ‘half negen’
[medeverdachte 7] : ‘ok’ ‘bij mij?’ ‘ben niet t’
[medeverdachte 3] heeft om 8.09 uur en 8.13 uur sms-verkeer met [medeverdachte 7] .
Om 10.55 uur stuurt [medeverdachte 3] een sms aan [medeverdachte 10] : ‘geef ff een seintje als je in de buurt bent? Ik ben niet thuis maar wel vlakbij. Gr’
Verder blijkt die dag dat er tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] sms-verkeer plaatsvindt. Uit de inhoud kan worden afgeleid dat men elkaar wil ontmoeten. Ook zijn er die middag en avond telefonische contacten tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Berichtenverkeer op 28 april 2012
Die ochtend zijn er onderlinge telefonische contacten tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
SMS-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] . Daaruit kan worden afgeleid dat er ’s maandags vermoedelijk een afspraak zal zijn en dat men van elkaar hoort.
SMS-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] . Uit de berichtenwisseling kan worden afgeleid dat men elkaar wil ontmoeten bij ‘ [naam] ’.
SMS-bericht van [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 7] om 15.21 uur: [medeverdachte 10] wil [medeverdachte 7] morgen (29 april 2012) om 12 uur bij [naam] ontmoeten.
Die middag zijn er ook onderlinge telefonische contacten geweest tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Berichtenverkeer op 29 april 2012
Uit sms-berichten tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] volgt dat zij elkaar om 12.10 uur willen ontmoeten.
Berichtenverkeer op 30 april 2012
[medeverdachte 7] en [medeverdachte 3] hebben die ochtend twee keer onderling contact.
[medeverdachte 5] vraagt om 10.59 uur aan [medeverdachte 3] : ‘vriend, hoe laat zien we je? Gr’ [medeverdachte 3] antwoordt om 11.01 uur: ‘ze zijn er mee bezig vandaag. Ik hoor het zsm. Dan hoor je van mij.’
Om 14.02 uur vraagt [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 10] : ‘toevallig nog iets gehoord?’
Om 14.56 meldt [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘Vriend het moet vandaag anders zijn we ze kwijt. Ze worden nerveus’.
[medeverdachte 3] antwoordt meteen: ‘ben je in de buurt? Ik moet iets zeggen’ en ‘ik wacht op antwoord’.
[medeverdachte 5] : ‘ik kan wel die kant op komen, ong 45 min [naam] ’
[medeverdachte 3] ‘is nu zinloos. Wacht ff’
[medeverdachte 5] : ‘is vandaag wel iets aantoonbaar?’
[medeverdachte 3] : ‘nog niet’ ‘ik ben bang dat het pas morgen wordt. Ben niet zeker’
[medeverdachte 5] : ‘kan niet, MOET VANDAAG ivm vervolg’ en ‘kan niet, MOET VANDAAG ivm
vervolg. Morgen is te laat’
Om 15.20 uur sms-t [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 10] : ‘ben je thuis?’
Vervolgens neemt [medeverdachte 3] om 15.21 uur weer contact op met [medeverdachte 5] . Tot 15.46 uur wordt er over en weer gesms-t:
[medeverdachte 3] : ‘ik kan niemand bereiken. Ik ben de enige paraat’ en ‘ik rij nu naar onze gezamenlijke vriend’
[medeverdachte 5] : ‘zullen wij ook daarheen komen?’
[medeverdachte 3] : ‘Ok hoe laat?’
[medeverdachte 5] : ‘ong 45 min’
[medeverdachte 3] : ‘Ok. Weet niet of ie thuis is. Laat het je weten. Anders [aliasnaam 2] over 45min’.
[medeverdachte 5] : ‘Ok’
[medeverdachte 3] : ‘Blijf maar in jullie buurt. Ik en mijn vriend komen jullie kant uit. We moeten toch daar in de buurt zijn’
Om 15.48 uur vraagt [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 7] : ‘Ik kom naar je toe. ben je thuis of eik?’
Tussen 15.59 en 17.57 uur sms-en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] elkaar weer. Afgesproken wordt bij [naam] in Urmond. Uit de berichtenwisseling is af te leiden dat [medeverdachte 3] daar rond 18.00 uur aankomt. Gelet op voorgaande concludeert de rechtbank dat naast [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] ook [medeverdachte 10] en [medeverdachte 2] bij deze afspraak aanwezig zijn.
Om 20.00 uur ontvangt [medeverdachte 5] de volgende sms van [medeverdachte 3] : ‘hoe laat [aliasnaam 2] ? Wordt woensdag’
Uit een sms-wisseling tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] volgt dat zij voor die avond een afspraak maken bij ‘ [aliasnaam 2] ’. Er is enige spraakverwarring hierover. [medeverdachte 3] geeft aan: ‘ja maar niks gaat door vandaag. [persoon 5] heeft afgezegd want wordt woensdag. [aliasnaam 2] gaat wel door om 21.’
Uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 5] op 19.56 en 20.20 uur een zendmast aanstraalt te Valkenswaard (in de omgeving van de horecagelegenheden die worden aangeduid als ‘ [naam] ’).
Ook is er die avond (30 april 2012) omstreeks 21.13 uur nog (telefonisch) contact geweest tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Op 1 mei 2012 is er tussen 10.26 en 11.41 uur 8 keer onderling contact tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Op 2 mei 2012 bericht de Belgische Douane dat de container HASU 4001697 gescand moet worden.
Op 2 mei 2012 heeft [medeverdachte 10] sms-verkeer met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] . Men wil elkaar kennelijk ontmoeten. Ook blijkt uit de historische telecom verkeersgegevens dat er telefonische contacten zijn geweest tussen de telefoons in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Om 20.44 uur vraagt [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘en vriend hoe lang nog?’.
Om 20.46 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 2] : ‘vriend bel me effe’.
Om 20.50 uur antwoordt [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 5] : ‘ze zijn nog bezig. Laat het je zo weten’.
Om 20.56 sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 10] : ‘vriend is grijze nog bij jou’
Om 21.09 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘als het nog lang duurt dan gaat ie. En als ie met lege handen gaat is een kans dat afgelopen is. En is mijn vriend ook bij jou?’ [medeverdachte 3] : ‘ja hij vertrekt nu’.
Om 22.31 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 2] wederom: ‘vriend bel me effe’.
Om 23.29 uur is er een telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en [persoon 6] . [medeverdachte 2] vertelt dat hij de hele dag onderweg is geweest en dat hij nu pas thuis is. Hij had zijn telefoon thuis laten liggen. [medeverdachte 2] vertelt dat hij net door [medeverdachte 5] thuis is afgezet en dat zijn auto nog bij [medeverdachte 5] staat. [medeverdachte 2] was vanmorgen als om 8.00 uur bij [medeverdachte 5] en ze zijn met de auto van [medeverdachte 5] weg geweest.
Uit de mastlocatie blijkt dat de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 5] zich om 20.44 uur in de buurt van het [naam] hotel te Urmond bevindt. Uit de opgevraagde camerabeelden van dit hotel blijkt dat [medeverdachte 5] die dag aldaar rond 19.00 uur een ontmoeting heeft gehad met een onbekende man van buitenlandse afkomst en van ongeveer 21.20 tot 22.25 uur met [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 10] en die onbekende man van buitenlandse afkomst.
Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank, in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, af dat de contacten tussen [medeverdachte 7] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] te maken hebben met de aankomst van de container HASU 4001697.
Op 3 mei 2012 wordt door de Douane Remant een mail verstuurd naar [persoon 7] van de expediteur [bedrijf 5] die in opdracht van [bedrijf 3] de inklaring van deze container verzorgt. In de onderwerp regel van deze mail was aangegeven dat de goederen waren vrijgegeven. Deze mail heeft betrekking op de goederen in de HASU 4001697.
Die avond (3 mei 2012) wordt er een ontmoeting geobserveerd in Herberg [naam] te Leende tussen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en een hem begeleidende man. Gehoord werd dat men het over ‘douane’ en ‘container’ had.
Daarna wordt er een ontmoeting geobserveerd tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] in restaurant [naam] . Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank, in onderling en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, af dat het gesprek met [medeverdachte 1] werd teruggekoppeld aan [medeverdachte 10] .
Uit de vrijgave van de container HASU 4001697 op 3 mei 2012 kan afgeleid worden dat er niets ‘strafbaars’ is aangetroffen in die container. De politie concludeert dat het dus om een proefzending moet zijn gegaan. De rechtbank overweegt echter dat het heel wel mogelijk is dat er wel degelijk tussen de travertin tegels cocaïne is ingevoerd. De rechtbank baseert dit op het volgende afgeluisterde gesprek van 20 februari 2013 tussen [medeverdachte 3] , [persoon 2] en [persoon 1] , waaruit is af te leiden dat de cocaïne uit de container is gehaald voordat deze door de scan ging. Dat het om cocaïne gaat leidt de rechtbank, in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen in zaaksdossier 2, af.
[medeverdachte 3] Toen die Dominicanen afleverden toen die keer, weet je nog?
[persoon 1] Ja
[medeverdachte 3] Op [bedrijf 3] (…)
[persoon 1] Maar dat was ook een fysieke, dat was ook een fysieke scan. ‘Heb ik er uit gehaald’
[persoon 2] Ja
[medeverdachte 3] Hoe?
[persoon 1] Toen was er ook een fysieke scan. Scan.
[persoon 2] Daar is het leeg ingegaan… Het is er niet vol ingegaan maar leeg. Jullie hebben [bedrijf 3] leeg de fysieke scan in laten gaan.
[persoon 1] Was het [bedrijf 3] ?
[medeverdachte 3] Ja
[persoon 1] Ik weet het niet meer.
[medeverdachte 3] Jawel, ja [bedrijf 3]
[persoon 2] Dus, er is , iets een ..uh.. tegels.
[persoon 1] Oh, ja ja ja , de, de partij, klopt, de partij tegels, dat klopt, dat klopt.
In voormeld OVC gesprek wordt tevens gesproken over ‘petje’. ‘Petje is besmet’ ‘daarom hebben ze die badge afgenomen’. De politie onderbouwt gemotiveerd dat met ‘petje’ of ‘streep’ douane medewerkers worden bedoeld. Het meest in het oog springende is dat de mededeling ‘petje staakt’ strookt met een min of meer gelijktijdige staking van de Antwerpse Douane. De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt deze tot de hare.
Tweede container SUDU 6710420
De tweede container die door [persoon 3] was besteld bij het Dominicaanse bedrijf [bedrijf 1] werd op 3 mei 2012 vanuit [bedrijf 2] middels de container SUDU 6710420 verzonden naar de haven van Caucedo in de Dominicaanse Republiek. Deze container was wederom bestemd voor [bedrijf 3] en was eveneens geladen met Travertin Tegels. Hij vertrok op 6 mei 2012 en kwam in Antwerpen aan op 22 mei 2012.
Uit de interceptie van telecomgegevens en uit historische verkeersgegevens blijkt dat er op 7 mei 2012 onderlinge contacten zijn geweest tussen de telefoons in gebruik bij:
[medeverdachte 3] - [medeverdachte 7]
[medeverdachte 10] - [medeverdachte 7]
[medeverdachte 2] - [medeverdachte 5] .
De relevante gegevens zijn hieronder weergegeven. Afgeleid kan worden dat er een afspraak is die verschoven wordt naar de volgende dag (8 mei 2012) om 11.30 bij ‘ [naam] ’.
[medeverdachte 2] vertelt op 7 mei 2012 om 15.49 uur (in een afgetapt telefoongesprek) dat hij met [persoon 8] in Antwerpen is.
[medeverdachte 2] belt om 20.14 uur met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 2] vraagt of [medeverdachte 5] nog wat gehoord heeft. [medeverdachte 5] zegt ja. Ben je er geweest, vraagt [medeverdachte 2] . Nee zegt [medeverdachte 5] . Morgen, vraagt [medeverdachte 2] . Ja zegt [medeverdachte 5] . Hoe laat vraagt [medeverdachte 2] . Een uur zegt [medeverdachte 5] . Laten we het dan morgen 12 houden zegt [medeverdachte 2] . Ja is goed, dat moet zeker zijn ja want we moeten een uurtje rijden, zegt [medeverdachte 5] .
Tussen 20.13 en 20.21 is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] :
[medeverdachte 10] : ‘hallo waar ben je? Je hebt een afspraak vanavond om 20.00 uur. Heb je nieuws?’
[medeverdachte 3] : ‘alles ok’ en ‘afspraak’
[medeverdachte 10] : ‘Jij hebt dat gemaakt! Maar hoe laat morgen en waar. Neem contact met onze vriend op aub. Gr’.
[medeverdachte 3] : ‘OK’.
Vervolgens sms-t [medeverdachte 3] om 20.22 uur [medeverdachte 5] : ‘morgen 11.30 uur [naam] ’. Waarna [medeverdachte 5] antwoordt: ‘OK’. (Uit eerdere afspraken is duidelijk geworden dat met ‘ [naam] ’ 2 horecagelegenheden in Valkenswaard worden bedoeld.) Daarop belt [medeverdachte 5] met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 5] zegt dat het morgen een uurtje eerder zal zijn. Het wordt rond half elf bij [medeverdachte 2] . Een uurtje eerder zegt [medeverdachte 2] , is goed, half elf ben je bij mij, is goed.
Om 22.30 uur sms-t [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 5] : ‘ik ben in de late middag bij pannekoeken grind vijver. Exact hoe laat geef ik nog door. Rond half zes wordt het. Gr of ander optie om 09.30 bij mij?
[medeverdachte 5] antwoordt: ‘Hebben al een afsp met je vriend om 11.30 [naam] ’
[medeverdachte 10] ‘Volgens mij kan ik wer ook zijn.Gr’
[medeverdachte 5] ‘Oke tot dan. Gr’
De telefoon van [medeverdachte 2] straalt op 8 mei 2012 om 11.21 uur een mast te Valkenswaard aan en die van [medeverdachte 5] om 12.11 uur.
Op basis van vorenstaande concludeert de rechtbank dat er op 8 mei 2012 in Valkenswaard een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen (in elk geval) [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] .
Op 9 mei 2012 hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] tussen 10.51 en 12.25 uur, 14 keer onderling contact.
Sms-verkeer [medeverdachte 10] - [medeverdachte 7] :
10.58 uur [medeverdachte 7] : ‘G.morgen ben om 16.30thuis of om 19.u’
11.00 uur [medeverdachte 7] : ‘i.v.met fotos 2.z. Klar’
11.04 uur [medeverdachte 10] : ‘Ben onderweg weet het nog niet zeker, Laat je nog weten. Anders wie ik je om negen vanavond in op. ?’
11.06 uur [medeverdachte 7] : ‘OK’
20.02 uur [medeverdachte 7] : ‘Ik ga nu terug ik ben kort bij thuis 20.45 ben ik dar’
20.03 uur [medeverdachte 10] : ‘Ok ik rij nu bij’
20.04 uur [medeverdachte 7] : ‘OK’
Op 10 mei 2012om 11.07 stuur [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 5] een sms: ‘zien we elkaar nog.’
Uit historische verkeersgegevens blijkt dat op 10 mei 2012 er tussen 11.18 uur en 11.43 uur zes keer onderling contact is geweest tussen het telefoonnummer van [medeverdachte 3] en dat van [medeverdachte 7] .
Om 11.47 uur stuur [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 5] een sms: ‘Mijn vriend staat te wachten van [naam] , Je reageert niet zegtie’.
[medeverdachte 5] stuurt [medeverdachte 3] om 12.12 uur het volgende bericht: ‘Hoop t wel, zijn aan het wachten. Je hoort zo snel mogelijk van me. Gr’.
[medeverdachte 3] antwoordt om 12.12 uur met ‘OK’.
[medeverdachte 3] 15.12 uur: ‘wat is jullie plan vandaag’
[medeverdachte 5] 15.17 uur: ‘zo gauw wij iets horen, jou een tijd doorgeven. Dan zien we ons in [naam] . [aliasnaam 7] is ook aan t wachten’. (opmerking rechtbank: met ‘ [aliasnaam 7] ’ wordt [medeverdachte 1] bedoeld.)
Tussen 16.36 en 16.43 uur is er vijf keer en omstreeks 20.26 uur één keer contact geweest tussen het telefoonnummer van [medeverdachte 3] en dat van [medeverdachte 7] .
Tussen 20.31 en 20.52 is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7]:
[medeverdachte 7] : ‘Alo u is met jou vriend 2. Fotos z. Klar en nu woord ik nieks’
[medeverdachte 10] : ‘ik heb het door gegeven. […]
[medeverdachte 7] : ‘mar vande andere inf. Ok nieks en asprak was wonsdag mijn vriend zij niet bl. ik op dat morgen is ?’
[medeverdachte 10] : ‘Ja ik ook. Maar moeten toch een beetje begrip hebben. Laten we het even zo laten vriend tot morgen aub gr.’
[medeverdachte 7] : ‘Ja ik wel jou vriend ha tafel het bl. 100.p. Wonsdag ik op dat morgen vor 16.u’
De volgende dag 11 mei 2012 is er tussen 11.23 en 12.43 uur de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] :
[medeverdachte 10] : ‘laat over 45 min wat weten’
[medeverdachte 7] : ‘Voor de fot s of voor de info’
[medeverdachte 10] ‘Voor beide denk ik tot zo’
[medeverdachte 7] : ‘Mut ik kom nu’
‘Mut ik kom ik ben nu in eik bena’
‘Kom je hok’.
Diezelfde dag wordt er rond 12.30 uur een ontmoeting tussen [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] in Restaria [naam] geobserveerd.
Op 12 mei 2012 wordt er door [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] tussen 14.22 en 14.58 uur per sms een afspraak voor een ontmoeting gemaakt voor foto’s, info en schilderij:
[medeverdachte 7] : ‘G.middag. Wanner heb jij die foto’s eigenlijk’
‘Ik heb al en de inf is of niet’
[medeverdachte 10] : ‘Vandaag nog niks gezien. Wanneer zie ik die foto’
[medeverdachte 7] : ‘Kom je nar lim’
[medeverdachte 10] : ‘Eik kan om 1500?’
[medeverdachte 7] : ‘OK’
[medeverdachte 10] : ‘Ik kan stoppen om half vier voor schilderij bij pomp toren ITTERVOORT’
[medeverdachte 7] : ‘Bij de kerken’
[medeverdachte 10] : ‘Ok maar ben iets later’
[medeverdachte 7] : ‘Ik ben er was tog om 15.u ik bezok thuis’
[medeverdachte 10] : ‘Ik ben er 15.10 ?’
Op 12 mei 2012 om 16.41 uur is er het volgende telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5]:
[medeverdachte 5] : ‘ik heb bericht gehad van die van Eindhoven. Die had het schilderij van mij klaar’
(…)
[medeverdachte 5] : ‘Ik heb hem nog gebeld en gevraagd of het nog vandaag moet, nee, had hij gezegd, is niet erg ik ben al weg, maar we zijn met klem aan het wachten op dat andere …. ja dat snap ik’.
[medeverdachte 2] : ‘ja’
[medeverdachte 5] : ‘en net krijg ik een berichtje van die [aliasnaam 7] , die is weer terug en die laat mij zo snel mogelijk wat weten, want die ging er meteen achteraan en daar ben ik nu nog op aan het wachten.’
[medeverdachte 2] : ‘ja, ja’
(…)
Om 17.00 uur belt [medeverdachte 5] [medeverdachte 2] op en zegt dat hij online moet gaan, ‘dan krijg je die [aliasnaam 7] eraan’. Met ‘ [aliasnaam 7] ’ wordt [medeverdachte 1] bedoeld en met online een skypegesprek.
Uit historische verkeersgegevens van het nummer in gebruik bij [medeverdachte 3] blijkt dat op 12 mei 2012 omstreeks 17.04 uur en 18.26 uur contact is geweest tussen dit nummer en het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 7] .
Voorts is op 12 mei 2012 om 17.38 het volgende telefoongesprek getapt. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] maken een afspraak voor de daaropvolgende maandag, zijnde 14 mei 2012. De rechtbank gaat er van uit dat deze afspraak tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] gemaakt wordt naar aanleiding van het skype-overleg dat [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] heeft gehad.
[medeverdachte 5] : ‘En, heb je gered?’
[medeverdachte 2] : ‘maandag’
[medeverdachte 5] : ‘kan ik dat doorgeven?’
[medeverdachte 2] : ‘ja’
[medeverdachte 5] ‘is dat 100 %?’
[medeverdachte 2] ‘ja’
[medeverdachte 5] ‘dan weet ik genoeg’
[medeverdachte 2] ‘ik zie je maandag sowieso’
[medeverdachte 5] ‘is goed vriend, tot dan’
[medeverdachte 2] ‘wanneer kom je terug, zondag of maandag?’
[medeverdachte 5] ‘maandag, maandagmorgen’
[medeverdachte 2] ‘maandagmorgen beetje bij de tijd?’
[medeverdachte 5] ‘mmm, ja’
[medeverdachte 2] ‘is goed dan zie ik je maandagmorgen’
[medeverdachte 5] ‘of ehhh, moet het eerder?
[medeverdachte 2] ‘neen, neen, maar maandagmorgen, als je maandagmorgen dan is het goed’
[medeverdachte 5] ‘reken maar op een uur of 11’
[medeverdachte 2] ‘is goed, ik vind het prima’
[medeverdachte 5] ‘oke dan zie ik je maandag’.
Op maandag 14 mei 2012 hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] tussen 9.26 uur en 23.36 uur 30 keer telefonisch contact.
Om 9.15 uur die dag stuurt [medeverdachte 7] de volgende sms naar [medeverdachte 10] : ‘G.morgen mut zegen tegen di mensen dat donderdag en vreidag er is nazional fest dag en mut vondag kom de inf. Anders is en problem?’
Om 11.45 stuurt [medeverdachte 10] de volgende sms naar [medeverdachte 5] : ‘Kan je direct met mijn vriend contact opnemen vandaag als je nieuws hebt. Het is Urgent. Doen moeilijk en niet te vergeten snipper weekend. !!!’
Opmerking rechtbank: donderdag 17 mei 2012 was Hemelvaart, hetgeen een nationale feestdag in België is.
Even later (11.49 uur) ontvangt [medeverdachte 5] ook een sms van [medeverdachte 3] : ‘Hoe laat weet je iets. Zomaar wachten is niet meer genoeg’.
[medeverdachte 5] antwoordt (om 11.58 uur) : ‘zal m nu weer bericht sturen, geef je zo antwoord’
en om 12.10 uur: ‘Die [aliasnaam 7] is ook aan het wachten hoe laat ie t kan ophalen, maar zeker vandaag.zo gauw die heeft krijg ik tijd [aliasnaam 2] ’.
Op 14 mei 2012 vindt er een observatie plaats. Om 14.52 uur worden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 10] gezien. Zij komen al pratend uit een [naam] te Veldhoven.
Tussen 16.15 uur en 16.42 uur is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] :
[medeverdachte 7] : ‘En nieuws van de inf.’ en ‘Ben thuis ik ben bij jou in de b. rond 17.u
[medeverdachte 10] : ‘ja ben thuis. Wacht op je’
[medeverdachte 7] : ‘nu’
[medeverdachte 10] : ‘Oke ik ben thuis’
Omstreeks 17.03 uur wordt de Audi A3, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 2] in gebruik bij [medeverdachte 7] bij de woning van [medeverdachte 10] aan de [adres 2] te Leende gezien. Omstreeks 17.29 uur wordt gezien dat deze Audi A3 en een witte Mini Cooper met twee inzittenden het parkeerterrein van de [naam] , gevestigd aan de [adres 3] te Leende oprijden. Bij het onderzoeksteam is bekend dat de partner van [medeverdachte 3] destijds in het bezit was van een Mini Cooper. [medeverdachte 3] was al eerder, tijdens een observatie van 11 mei 2012, in een Mini Cooper gesignaleerd. Verder werd gezien dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] met de VW Polo kenteken [kenteken 3] over de Dorpsstraat te Leende reden.
De rechtbank leidt hier uit af dat er op 14 mei 2012 een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen [medeverdachte 7] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] .
Vervolgens is er tussen 19.49 uur en 21.05 uur de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7]:
[medeverdachte 7] : ‘Kunt di foto mij nimen nar mij vriend als vor di auto gat.’
[medeverdachte 10] : ‘Andere foto is nog bij kennis moet ik die eerst ophalen.’
[medeverdachte 7] ” ‘als mij nimen lat dar bij mij v’
[medeverdachte 10] : ‘Bedoel je dat ik die van hem op moet halen en jouw terug geven’
[medeverdachte 7] : ‘ja als dat kan ja ik terug geven of anders morgen’
[medeverdachte 10] : ‘nee ik ga het nu ophalen als het kan en ik zie je bij nieuwe kever’
[medeverdachte 7] : ‘ik ben nu weg ik kan niet b’
Om 21.06 sms-t [medeverdachte 10] [medeverdachte 5] : ‘kan ik je bij grindvijver nog even zien en breng schilderij mee’. Meteen daarop (21.08 uur) neemt [medeverdachte 10] weer contact op met [medeverdachte 7] . De volgende sms-wisseling is van 21.08 tot 21.31 uur:
[medeverdachte 10] : ‘Moet ik foto bij kever laten of wat bedoel je nu’
[medeverdachte 7] : ‘gat vor di auto of niet lat die, fot dar’
[medeverdachte 10] : ‘Ja ik ga bij hem langs en laat foto daar?’
[medeverdachte 7] : ‘ok u kat ben dar’ en ‘u lat ben dar’
[medeverdachte 10] : ‘Weet ik nog niet. Ik moet nog hier en daar zijn.En langs foto graaf. Ik laat het zo weten’
[medeverdachte 7] : ‘Di mensen mut werk morgen ik ben 21.45 bij hem’
[medeverdachte 10] ‘man ik kan nog niet. Ik moet nog een werken en dan kan ik om elf pas daar zijn anders mogen maar ik hoor fotgraaf ook nog niet ?’
[medeverdachte 7] : ‘OK’
Uit historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 3] op 15 mei 2012 tussen 7.54 en 13.21 uur 15 keer contact heeft gehad met het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 7] .
Tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] is er tussen 9.22 en 10.55 uur de volgende sms-wisseling:
[medeverdachte 7] : ‘ [aliasnaam 11] mut tot lat werk kom pas vondag’, en
‘U is met inf. Komt vondag nog wat mut nog denk de mens’
[medeverdachte 10] : ‘We zien die mens zo. Ff wachten.
Met ‘ [aliasnaam 11] ’ wordt ‘ [aliasnaam 11] ’ bedoeld. Uit het proces-verbaal van bevindingen dat als bijlage 2 is opgenomen in het persoonsdossier van [persoon 1], blijkt onder andere dat [persoon 1] de bijnaam ‘ [aliasnaam 11] ’ heeft. Uit het (ook hierna aangehaalde) OVC gesprek van 20 februari 2013 blijkt dat [persoon 1] ook betrokken was bij de invoer van deze container.
Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Polo [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] op 15 mei 2012 van 11.00 tot 11.30 op het Strijperpad te Leende (=woonplaats [medeverdachte 10] ) is. Het vermoeden dat zowel [medeverdachte 5] als [medeverdachte 2] in die auto zaten, wordt versterkt door een telefoongesprek van [medeverdachte 5] dat hij rond 11.24 uur met een derde voert waarin hij aangeeft dat ‘ze’ nu vanuit Eindhoven vertrekken.
Rond 20.49 uur geeft [medeverdachte 5] aan zijn partner [persoon 9] aan dat hij het morgen en overmorgen druk heeft. [persoon 9] zegt het is donderdag een feestdag (Hemelvaart) waarop [medeverdachte 5] zegt voor hem niet.
In de ochtend van 16 mei 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] . Ook is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7]:
[medeverdachte 7] : ‘Ok mut bellen want er is nazional festdag’
[medeverdachte 10] : ‘Sorry kan nu pas antw..Vriend kan niet meer doen dan afwachten meer. Gr.
Op 16 mei 2012 om 11.31 uur zitten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] in de VW Polo [kenteken 3] . [medeverdachte 2] zegt: ”Hij is later. Nijmegen-Eindhoven file 3 kilometer”. Er wordt gesproken over ‘ [naam] ’. Om 11.54 uur zegt [medeverdachte 5] : ”Het is woensdag vandaag. Ik leg even alles weg. Eens even kijken. Meenemen deze voor als die zou bellen of sms’en, voor die [aliasnaam 7] ”. Uit de peilbakengegevens van de VW Polo blijkt dat deze tussen 11.57 en 12.38 uur in de buurt is van hotel [naam] te Valkenswaard.
Tussen 12.30 en 12.40 uur is er contact geweest tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] .
Om 12.44 uur hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] in de VW Polo een gesprek: [medeverdachte 5] : ‘als we een half uur gewacht hadden dan was het goed geweest’. [medeverdachte 2] : ‘kijk aan de ene kant, wij staan aan die kant, die [aliasnaam 1] aan die kant (…) Ik weet zeker (…) dat hij zich ook niet lekker moet voelen met dat hele … En om nu weer af te zeggen van ja nee het wordt toch maandag (…). Het is gewoon allemaal kut. Hun hadden gewoon die jongen, hij zei tegen mij je had het al donderdag gekregen.
Om 13.30 uur zegt [medeverdachte 5] tegen [medeverdachte 2] : ‘meteen pakken en wegwezen’. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘ik wil nog geen koffie’. Even later zegt [medeverdachte 2] : ‘o hier is het, 16’.
In relatie met de peilbakengegevens van de VW Polo [kenteken 3] kan vastgesteld worden dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] in Nijmegen zijn bij de [adres 4] , zijnde het woonadres van [medeverdachte 1] .
Om 13.46 uur zegt [medeverdachte 5] tegen [medeverdachte 2] dat de navigatie aangeeft dat ze er om 15.15 uur zijn. [medeverdachte 5] zegt om 14.02 uur: ‘als we dit afgegeven hebben, dan eten we wat’.
Om 14.56 uur zegt [medeverdachte 5] : ‘nu hoop ik dat die [aliasnaam 12] op tijd is’.
[medeverdachte 2] : ‘wat heeft die, een oude Audi he?’.
[medeverdachte 5] : ‘ja een Belgische Audi’.
Uit de peilbakengegevens van de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] blijkt dat deze rond 15.00 uur in de buurt van [naam] is.
Op de opgevraagde bewakingscamerabeelden van [naam] is te zien dat [medeverdachte 5] rond 15.00 uur een gele envelop overhandigt aan iemand die sterke gelijkenis vertoonde met [medeverdachte 7] .
Via de OVC van de VW Polo is rond dat tijdstip het volgende gesprek opgevangen.
[medeverdachte 7] : “moeten altijd die gesloten enveloppen zijn, nooit open”.
[medeverdachte 5] : ”ja, hun hebben nagekeken, hun moesten het nummer hebben”.
[medeverdachte 7] : ”he?”
[medeverdachte 5] : “hun moesten het nummer hebben”
[medeverdachte 7] : ”welk nummer”
[medeverdachte 5] : “van de boot. Dat moeten ze …. doorgeven daar”
[medeverdachte 7] : ”dat moeten ze normaal nooit doen, want dan gaan ze met de computer nachecken hoe laat dat is en dat allemaal”.
[medeverdachte 7] : “Maar tegen die jongens zeggen: Niet naar kijken he”
[medeverdachte 5] : “Nee”
[medeverdachte 2] : ”Nee, nee, nee, nee”
[medeverdachte 7] : “Dan weten we dat die gaat he. Want dan kennen ze precies zien hoe eh…”
[medeverdachte 5] : “Waarom ze daar naar kijken”
[medeverdachte 7] : ”Ja”
[medeverdachte 5] : ”Valt op, ja”
[medeverdachte 7] : ”Dan moet ie opletten he”
[medeverdachte 5] : ”Ja, dat weten we wel”
[medeverdachte 7] : “Denk erom, dan moet ie niet eh, geen flauwekul”
[medeverdachte 5] : “Jongens eh, komt goed [medeverdachte 7] ”
[medeverdachte 2] : “We horen van je”
De rechtbank concludeert dat met ‘ [aliasnaam 12] ’ [medeverdachte 7] wordt bedoeld, nu deze van Italiaanse afkomst is en in een Belgische Audi rijdt. Voorts vertoont de persoon die op de beelden gezien is een sterke gelijkenis met [medeverdachte 7] en blijkt uit het proces-verbaal stemherkenning [medeverdachte 7] dat de stem van [medeverdachte 7] herkend wordt.
Op basis van deze gang van zaken concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 7] kennelijk zat te wachten op documenten en dat hij over het uitblijven van deze documenten contact had met [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] , die op hun beurt weer afhankelijk waren van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] . Uit deze gang van zaken blijkt voorts dat deze documenten afkomstig zijn van [medeverdachte 1] en op 16 mei door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] bij [medeverdachte 1] in Nijmegen zijn opgehaald en vervolgens door hen bij het [naam] Hotel te Urmond zijn overhandigd aan [medeverdachte 7] . Gezien het gebruik van de woorden ‘nummer’, ‘gesloten enveloppen’, ‘boot’, ‘computer nachecken’ en ‘info’ – en de overige gang van zaken waaronder de wijze van contact leggen en opereren in onderling verband en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat in de gele envelop documenten aanwezig waren die benodigd waren voor het inklaren van de container, die gelost zou worden in de haven te Antwerpen. Hoewel de officiële lading bestaat uit travertin tegels, blijkt uit de omslachtige en verhullende gang van zaken (de communicatie is soms dermate verhullend dat verdachten moeite hebben elkaar te begrijpen) dat de officiële lading enkel als deklading functioneerde voor een illegale lading, zijnde -gelet op de overige bewijsmiddelen- cocaïne.
Na de ontmoeting tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] is er tussen 15.44 en 21.40 zes keer contact tussen het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 3] en het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 7] .
[medeverdachte 2] maakt een afspraak met [medeverdachte 11] om elkaar te ontmoeten bij [medeverdachte 11] thuis. De Polo staat van 16.00 uur 18.30 uur op de [adres 5] te Landgraaf, ( [adres 5] is de woning van [medeverdachte 11] ). Na deze ontmoeting zitten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] weer in de Polo. [medeverdachte 2] belt met zijn ‘ [persoon 10] ’ (waarschijnlijk [persoon 10] ) en zegt dat hij net bij [medeverdachte 11] is geweest en dat [medeverdachte 5] er ook is.
Het gesprek tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] gaat over iets dat kennelijk niet helemaal goed is gegaan:
[medeverdachte 2] Je kunt niets meer veranderen aan de hele zaak. Dat kunnen we wel de tweede dingen doen. Luister, hij heeft er met zijn neus bovenop gezeten.
[medeverdachte 5] Ja heeft toch ook bij die bespreking gezeten met die…
[medeverdachte 2] Bovenop
[medeverdachte 5] Je kunt toch niet achteraf aan [medeverdachte 10] gaan vertellen….
[medeverdachte 2] En je kunt toch ook niet die strepen dan weer dingen af gaan pakken.
[medeverdachte 5] kijk, we moeten blij zijn dat het goed gaat. En daarna als er zoveel komt, ouwhoer, waar maak je je dan nog druk om. .
Rond 21.00 zitten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] weer in de VW Polo [kenteken 3] . [medeverdachte 2] geeft aan dat [aliasnaam 7] hen morgen wil zien.
[medeverdachte 5] Ja?
[medeverdachte 2] Ja, ja, die heeft een bericht gestuurd. Ja want die wil per se ook naar die platen kijken, waar dat komt.’
[medeverdachte 5] Ja maar dat redt die morgen toch niet, dan is alles dicht.
Dat moeten we aan die [aliasnaam 1] vragen.
Op 17 mei 2012 rond 01.00 uur zitten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] weer of nog steeds in de VW Polo [kenteken 3] . [medeverdachte 2] zegt dat hij denkt dat morgen [aliasnaam 7] belt. Ook heeft [aliasnaam 1] nog gebeld. Die moet nog naar Amsterdam. [aliasnaam 1] die heeft die [medeverdachte 7] ….
Op 17 mei 2012 stuurt [medeverdachte 5] om 01.12 uur de volgende sms naar [medeverdachte 3] : ‘Alles ok vriend, Is geregeld. Gr.’
Om 12.15 uur belt [medeverdachte 2] [medeverdachte 11] en zegt dat ze bij hem staan. Het peilbaken van de Polo geeft aan dat deze zich bevindt op de [adres 5] te Landgraaf (zijnde de woning van [medeverdachte 11] ).
Op 17 mei 2012 om 12.54 uur stuurt [medeverdachte 5] een bericht naar [medeverdachte 3] : ‘Vriend hoe vroeg kun je morgen [aliasnaam 2] ? Gr’. Diezelfde ochtend is er ook vijf keer contact tussen het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 3] en het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 7] .
De volgende dag 18 mei 2012 blijkt uit de OVC dat [medeverdachte 5] rond 9.45 uur weer in de VW Polo [kenteken 3] zit. De Polo bevindt zich dan volgens het peilbaken weer op de Leenderweg te Valkenswaard (tot 11.12 uur).
Om 17.31 uur zitten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] samen in de Polo. [medeverdachte 5] vraagt of [medeverdachte 11] die tegels nog moet zien. [medeverdachte 2] zegt dat hij weet hoe die tegels er uit zien.
De VW Polo [kenteken 3] is op 19 mei 2012 tussen 9.50 uur en 11.18 uur in de buurt van Eindhoven, Son en Breugel en Heeze-Leende.
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] zitten dan in deze Polo en hebben om 9.50 uur een gesprek.
[medeverdachte 5] “Vraag je hem dat dadelijk weer?”
[medeverdachte 2] “Wat”
[medeverdachte 5] “Van die prijs.”
[medeverdachte 2] “Ja ja”
[medeverdachte 5] : “Zal toch vanavond moeten komen.”
[medeverdachte 2] “Hij kan ook volgens mij voor eenendertig zijn.”
(…)
[medeverdachte 2] “Ja die [aliasnaam 1] gaf niet graag dat uhh dingetje prijs.”
[medeverdachte 5] “Nee ja ik weet ook waarom.”
“Omdat ze daar meer dingen ontvangen.”
“Je bent toch iets aan het bouwen dat vertrouwen moet opwekken.”
(…)
[medeverdachte 2] “Laten we een beetje de kat uit de boom kijken. Het ene is nog niet binnen of hij (opmerking rechtbank: bedoeld wordt ‘ [medeverdachte 11] ’) wil het volgende al pakken.”
Om 10.50 uur hebben ze het over [aliasnaam 7] :
[medeverdachte 5] “Dan heb je geld te weinig.”
[medeverdachte 2] “Ja daarvoor moesten we toevallig …ntv… wachten.”
[medeverdachte 5] “Ja moeten we op hem wachten?”
[medeverdachte 2] “Ja tuurlijk. Je moet begrijpen hij wordt ook gepusht van alle kanten.”
[medeverdachte 5] “Die [aliasnaam 7] ja.”
[medeverdachte 2] “Die [aliasnaam 7] ja.”
10.53 uur:
[medeverdachte 5] “Die [aliasnaam 1] die daar, die lult ook.
Hij rijdt nu achter ons aan.”
[medeverdachte 2] “Zoals het nu geregeld is, hebben we geen risico.
Dat bedrijf dat weet ik wel, daar zie ik niets van. Als dat weg is dan krijgen hun de schuld.”
[medeverdachte 5] “Dat niet weer.
Is het toch geregeld dan…ntv.. ik wel de goeie… nee dinge gaat toch mee?”
[medeverdachte 2] “Ja maar maar maar, eerst gaat er een auto naar bedrijven dan uhh, als er dan niets gebeurt dan uhh, dan gaan wij daar heen.”
(…) over onkosten:
[medeverdachte 2] “Vergeet niet dat ik ook met [medeverdachte 11] naar dinge ben geweest. Dat heeft ons weliswaar alleen de vlucht en het hotel gekost.
Ja nou heb ik die ene, die tweede keer dat ik hier was, hebben ze dat wel… van die avond … hebben dat ticket betaald.
Maar het was toch eigenlijk de bedoeling dat ik in contact zou komen. Dat is dan een voordeeltje, maar ja, ik heb hier meer dan twee maanden rondgehangen.”
Uit de stempels in de paspoorten van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 11] blijkt dat ze van 30 januari 2012 tot 2 februari 2012 in de Dominicaanse Republiek zijn geweest.
Vervolg van gesprek in VW Polo [kenteken 3] op 19 mei 2012:
11.05:
[medeverdachte 2] “Hij gaat daar staan dus.”
[medeverdachte 2] wil niet daar staan in verband met de camera’s. [medeverdachte 5] geeft aan dat op deze carpool geen camera’s staan.
11.09 uur:
[medeverdachte 1] stapt in de Polo. Uit het gesprek is af te leiden dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] [medeverdachte 1] uitleggen hoe hij bij de woning van [medeverdachte 10] moet komen. Er wordt een afspraak gemaakt voor een ontmoeting op dinsdag om 10 uur bij de [naam] te Helmond.
Daarna rijdt de Polo om 12.52 uur naar het adres van de manege van [persoon 11] te Schinveld.
[medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 5] : ”Rij maar gewoon door”, “zo zien we ook dat we niet gevolgd worden”.
Om 14:56 uur gaat het gesprek tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] over die [aliasnaam 7] en over iets dat met zes man gedeeld moet worden.
Om 19.24 uur gaat het gesprek over [medeverdachte 11] , die kennelijk na één crisis al iets wil afpakken. Dat dat toch niet werkt:
[medeverdachte 5] : “probeer dan iets op te zetten voor de langere termijn. En dan meteen te zeggen, maar wie zegt dat het de tweede lukt. Als het de eerste keer lukt, lukt het de tweede keer ook. Als iedereen maar zijn waffel dicht houdt.”
[medeverdachte 2] : “Ik zit al zo’n 50 jaar in de business”.
[medeverdachte 2] geeft aan dat hij met veel mensen werkt. Gelijke monniken gelijke kappen, zo werkt hij al 50 jaar.
[medeverdachte 5] zegt dat het lukt als iedereen zijn waffel houdt.
Op 20 mei 2012 om 00.26 uur zitten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] nog steeds of weer samen in de VW Polo [kenteken 3] . [medeverdachte 2] hoopt dat het dinsdag allemaal goed gaat en dat ze er in ieder geval iets van krijgen. “Het moet”, zegt [medeverdachte 5] .
Op 22 mei 2012 komt de SUDU6710420 met als lading 15 pakken travertin tegels aan in de haven van Antwerpen. [bedrijf 3] geeft de opdracht tot inklaren aan [bedrijf 5] . Op dit opdrachtformulier is het telefoonnummer in gebruik bij [persoon 1] geschreven.Op 23 mei 2012 wordt deze container vrijgegeven.
Op 23 mei 2012 vraagt sms-t [medeverdachte 10] [medeverdachte 5] met het verzoek om af te spreken. Het wordt 11.45 bij ‘de markt met je vriend bij de schoenen potte kruier’. Om 11.39 uur belt [medeverdachte 2] met [persoon 8] . [medeverdachte 2] vraagt waar [persoon 8] nu staat. [persoon 8] zegt in Panningen.
Geobserveerd wordt dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] in de Caddy zitten en dat ze omstreeks 12.08 uur bij een schoenenkraam in Helden contact hebben met [medeverdachte 10] .
De rechtbank concludeert uit voorgaande in onderling en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen dat contacten tussen de verdachten van de afgelopen weken kennelijk te maken hebben met de aankomst van deze container SUDU671042 en het vervolgtraject met betrekking tot de afhandeling/verdeling van de lading. Hoewel de officiële lading bestaat uit travertin tegels, blijkt uit de omslachtige en verhullende gang van zaken (de communicatie is soms dermate verhullend dat verdachten moeite hebben elkaar te begrijpen) dat de officiële lading enkel als deklading functioneerde voor een illegale lading, zijnde -gelet op de overige bewijsmiddelen- cocaïne.
Op 23 mei 2012 is er een tapgesprek waarin [medeverdachte 5] voor [medeverdachte 2] diens vliegticket bij de KLM verlengt. De vertrekdatum voor [medeverdachte 2] (Amsterdam-Bonaire) werd gepland op 12 juni 2012.
Rederij Hamburg Süd verzoekt op 24 mei 2012 [bedrijf 5] de container SUDU6710420, aangekomen bij kaai 742 vrij te stellen. De wegname van voormelde container is voorzien op 24.05.12 voormiddag.
[medeverdachte 5] stuurt op 24 mei 2012 om 13.52 uur een sms naar [medeverdachte 1] : ‘Vriend dit is voor nu nieuwe nummer. [aliasnaam 1] is ook wachten. Kan niet lang meer duren zegt ie. Geef oke als je mijn sms ontvangen hebt aub’.
Een uurtje later bellen ze met elkaar:
[medeverdachte 5] : ”ik denk duurt lang, dus bel maar even”
[medeverdachte 1] : ”oke en en eh …maar hij weet zeker dat die voor vandaag is he”
[medeverdachte 5] : ”zoals ik het begrijp wel ja. Want eh .. ik had eigenlijk gister al verwacht”
[medeverdachte 1] : ”dat bedoel ik want e.. wij zitten te wachten en die jongens vragen, vragen, vragen snap je. Dat is normaal.”
[medeverdachte 5] : “ja, ja ja”
[medeverdachte 1] : “en daar aan de overkant… ze zijn een beetje nerveus aan het worden, snap je”
[medeverdachte 5] : “ja ja logisch logisch. Maar zo gauw wij wat weten jong. Jij bent de eerste”
[medeverdachte 1] : ”zeg tegen die [aliasnaam 1] dat die moet vandaag eh… papieren niet morgen of overmorgen dat eh… kan niet”
[medeverdachte 5] : ”ja maar dat bepaalt hij niet he”
[medeverdachte 1] : ”ja maar ik bedoel eh dat weet je zelf hoe hoe wij met hem hebben afgesproken dat dag erna gelijk. Nou is het twee dagen”
[medeverdachte 5] : “ja ja ja ja”
[medeverdachte 1] : “dus eh… dat ben ik nou eh… een beetje druk aan het krijgen door de andere kant.”
[medeverdachte 5] : “ja logisch logisch dus eh moet je ook aan hem doormelden”
“Ja ja ja komt goed”
[medeverdachte 1] : “oke anders moet je mij tijdstip of zo geven waar ik … Dat ik jou treffen en die [aliasnaam 1] ook zie, snap je”
[medeverdachte 5] : “ja ja, ja ja, hebben we toch al afgesproken. Als jij een tijd krijgt dan zien we ons daar he, dat weet je”
Om 15.14 uur stuurt [medeverdachte 5] een sms naar [medeverdachte 1] : ‘Vriend, [aliasnaam 1] zegt dat er een kleine kans bestaat dat het ook morgen kan worden. Maar volgens zijn verkregen info vandaag. Moeten geduld hebben vriend’. [medeverdachte 1] sms-t terug: ‘laat hem iets zeker zeggen want begin wat laat te worden. Gr’. Later die middag sms’t [medeverdachte 5] [medeverdachte 1] : ‘alles oke, 21.45u’.
Een observatieteam houdt die dag [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] in de gaten. Ze verplaatsen zich in de Caddy. Rond 20.00 uur hadden ze contact met [medeverdachte 11] .
Het vermoeden is dat [medeverdachte 11] en [medeverdachte 5] in de gaten hadden dat er geobserveerd werd en dat dat de reden is dat [medeverdachte 11] spoorslags naar Bonaire is vertrokken. Op 25 mei 2012 is [medeverdachte 11] weer op Bonaire.
Op 24 mei 2012 tussen 15.12 en 22.42 uur werd er door een observatieteam een observatie verricht op de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] . Er werd gezien dat zij zich verplaatsten in een VW Caddy [kenteken 1] .
Dat men achterdochtig werd, valt af te leiden uit het gegeven dat de VW Caddy die 24 mei 2012 door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] gebruikt werd ’s avonds nog om 21.45 uur in de straat van de ouders van [medeverdachte 5] stond. In een OVC gesprek van 28 januari 2013 hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] het over [medeverdachte 11] :
[medeverdachte 5] “Kijk eens hoe snel die weg was. Het ’s middags krijgen we te horen dat dat gebeurt en het ’s avonds zit die al op het vliegtuig zonder ons wat te vertellen. En als we dan zeggen van ja moeten we hun niet waarschuwen. Oh dat ze het zich bekijken zegt ie. Ik zeg ja maar zo werkt het niet. Zegt [medeverdachte 2] ook kom wij gaan meteen daarheen. Heb ik de auto van mijn ouders gehaald en toen zijn we jullie komen waarschuwen.”
[medeverdachte 1] “Ja daarom is beter dat eh… [medeverdachte 2] gewoon deze kant niet opkomt totdat wij…”
[medeverdachte 5] “Nee nee.”
[medeverdachte 1] “Zelfs helemaal niks. Gewoon blijf daar of Santa Domingo is beter. Wij zien ons allemaal in Santa Domingo. Beter hoeft hij geen hoofdpijn te krijgen van dat dat eh…Stel je voor dat hij toch hier is die dan hebben wij toch dezelfde probleem. Die mag wel komen als alles weg is. Dan mag die komen.”
[medeverdachte 5] “Ja ja ja. Dat doen we ook. Als alles weg is.”
[medeverdachte 1] “Mag die komen zijn eh.. centjes ophalen.
Ik vind niet erg he zo ben ik zelfde dat… Hij doet precies dezelfde als wij. Hij blijft op de hoogte. Hij blijft alert. Hij is geïnteresseerd. Hoeft niet altijd dat hij niks doet. Op moment dat hij moet doen doet die. […] Wij moeten hem gewoon ver houden want dat is veilig voor ons.”
Vervolg ontmoetingen na ontvangst container SUDU6710420
Op 26 mei 2012 blijkt uit het peilbaken dat de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] naar de omgeving van Eindhoven gaat (waaronder de [adres 2] te Leende, waar de woning van [medeverdachte 10] is gelegen) en van daaruit naar Nijmegen, naar de [adres 4] (aan deze straat ligt de woning van [medeverdachte 1] ). De peilbakengegevens melden een stop te Sittard-Geleen in de buurt van de verblijfplaats van [medeverdachte 2] en daarna rijdt de Polo door naar de camping in Kröv in Duitsland waar [medeverdachte 5] regelmatig verblijft. De rechtbank concludeert hieruit dat er contact is geweest tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 1] .
Op 29 mei 2012 belt [medeverdachte 5] om 9.31 uur [medeverdachte 2] op met de vraag hem op te halen. [medeverdachte 2] komt er aan. Uit het peilbaken van de VW Polo [kenteken 3] volgt dat deze die dag van 11.11 tot 13.21 uur in [naam] is. Uit eerdere observaties is gebleken dat de verdachten in dit dossier elkaar daar vaker ontmoeten onder andere in de [naam] aldaar. Om 14.34 uur arriveert de VW Polo op de [adres 6] te Onderbanken (bij de manege van [persoon 11] ) en om 17.38 uur geeft het peilbaken aan dat de VW Polo op de [adres 4] te Nijmegen (woning [medeverdachte 1] ) is.
De volgende dag 30 mei 2012 is de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] tussen 18.37 en 19.16 uur weer te [naam] . In de nacht van 31 mei op 1 juni 2012 is deze Polo in Antwerpen. Uit de interceptie van telecommunicatieverkeer en peilbakengegevens kan worden afgeleid dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] op 1 juni 2012 wederom een ontmoeting in [naam] hebben.
Op 6 juni 2012 zitten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] weer samen in de VW Polo met het kenteken [kenteken 3] . Ze hebben het rond 12.36 uur over [aliasnaam 7] ( [medeverdachte 1] ) die hen wil zien. Later op die dag ontmoeten ze [medeverdachte 1] . Om 12.41 uur zegt [medeverdachte 2] “Stel je voor hij moet er vijftig hebben. Kunnen we zeggen zijn vijftig kwijt”.
Rond 12.46 uur bevindt de Polo zich in de buurt van de manege van [persoon 11] te Schinveld, gemeente Onderbanken. In dan wel direct naast het voertuig wordt het volgende OVC gesprek vastgelegd. Deelnemers aan het gesprek zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] en twee onbekende mannen NN1 en NN2. Later wordt door de politie de stem van NN2 herkend als die van [persoon 11] , wonende aan de [adres 6] te Schinveld. Het gesprek gaat (zakelijk weergegeven) over ‘blokken’. [persoon 11] vraagt aan [medeverdachte 2] hoeveel hij er nog heeft. [medeverdachte 2] zegt: “Dat kunnen we dadelijk horen, maar minimaal zijn der toch nog wel vijftig” en “vergeleken met bij anderen zijn we duur, 31 kosten ze, maar het is wel kwaliteit”. [persoon 11] wil weten wat er in staat. Hij heeft nu halve manen. [medeverdachte 2] geeft aan dat het super spul is. [persoon 11] beaamt dit: hij zegt dat hij een beetje van [medeverdachte 7] heeft gekregen en dat was goed. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij niet opdringerig wil zijn, maar dat het urgent is omdat hij maandag weer terug gaat naar Bonaire. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] geven aan dat ze ‘ze’ dan het liefste weg hadden. [persoon 11] geeft aan dat hij zal kijken wat hij kan doen voor [medeverdachte 2] . Hij ziet die jongens vanavond nog, die pakken normaal alles. [persoon 11] heeft ze ook zijn blokken aangeboden. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij morgen zal kunnen zeggen hoeveel er nog zijn, want het ligt een stukje uit de buurt. [persoon 11] zegt dat ze hem er niet op moeten vastpinnen, want er is meer in omloop. [medeverdachte 2] beaamt dit en zegt dat er in de Randstad iets van 7000 is binnengekomen. Ze spreken af voor de volgende dag.
Op 6 juni 2012 rond 14.15-15.00 uur wordt geobserveerd dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] met de bij hun in gebruik zijnde Polo [kenteken 3] aanwezig zijn nabij de [naam] aan de [naam] te Son en Breugel. Ook wordt gezien dat de Opel in gebruik bij [medeverdachte 1] met kenteken [kenteken 4] aldaar wegrijdt met minimaal 3 personen. Gelet op voorstaande werden de camerabeelden van de [naam] gevorderd. Daarop is te zien dat [medeverdachte 1] en een onbekende man naar binnen gaan. Rond 15.00 uur vertrekt men uit de [naam]
Op 6 juni 2012 om 15.11 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘kun je 30min [aliasnaam 2] ’
Een dag later op 7 juni 2012 is er een sms-wisseling tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] waaruit af te leiden is dat [medeverdachte 3] dringend [medeverdachte 1] moet hebben, hij hem aanvankelijk niet te pakken krijgt en daarom [medeverdachte 5] benadert. Kennelijk is dit ook relevant voor [medeverdachte 2] want [medeverdachte 5] vertelt [medeverdachte 2] om 18.28 uur in de VW Polo (OVC) dat hij van die [aliasnaam 1] vernomen had dat deze [aliasnaam 7] al te pakken had.
De volgende sms-wisseling heeft plaatsgevonden tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]:
[medeverdachte 1] : ‘Dag vriend ik was ff buiten. Wil je me nog zien. Gr’
[medeverdachte 3] : ‘ja heel dringend aub. Hoe laat in u?
[medeverdachte 1] : ‘Ik moet in rott om 20 u zijn. Kan je bij mij komen overal file nu’.
[medeverdachte 3] : ‘Ik moet met spoed 3. Heb afkeur, kan dat
[medeverdachte 1] ‘Welk merk moet je hebben’
[medeverdachte 3] : ‘Cro’
‘Tot hoe laat kan mijn chauffeur bij jou terecht? En welk huis nr’
[medeverdachte 1] : ‘zwart ingepakt’
[medeverdachte 3] : ‘ja. Ik heb 3 slechte nl. Wit ingepakt. Toyota’
[medeverdachte 1] : ‘Geen probleem ik stuur je straks een tijd dat je manetje op station kan zijn. Gr.
[medeverdachte 3] : ‘In u?’
[medeverdachte 1] : ‘nee bij me’
[medeverdachte 3] : ‘ok kan je een tijd geven. Geef je straks de auto door’
[medeverdachte 1] : ‘hij kan morgen vroeg 9u. Gr’
[medeverdachte 3] : ‘nee. Moet zo vlug mogelijk anders gaat niet door. Heb ik geen verkoop. Aub’
[medeverdachte 1] : ‘Dan moet hij nu vertrekken en voor half 7 hier zijn’
[medeverdachte 3] : ‘wordt 18.45 19u. Paars polo. Die drie komen dan morgen ok’
[medeverdachte 1] : ‘Hij kan om 7u zijn mijn afspraak heb ik verzet. Gr.’
‘nee moet vandaag want moet die kwijt want kan nu niet weer bij kantoor’.
Deze sms-wisseling wordt vervolgd op 8, 9 en 10 juni 2012:
8 juni 2012 tussen 18.05 en 21.14 uur:
[medeverdachte 1] : ‘Laat me een tijd weten dat hi bij me kan zijn. Gr’
‘Hoort nieks van je’
[medeverdachte 3] : ‘Ja was druk. Wanneer wil je die reparaties terug?’
‘Hij kan morgen zaterdag’
[medeverdachte 1] : ‘Ok mrgen 10u zelfde plek. Verder alles geod met ons vrienden. Gr’
[medeverdachte 3] : ‘Morgen 10u is ok’
[medeverdachte 1] : ‘ok. Gr’
9 juni 2012 tussen 9.25 en 10.48 uur:
[medeverdachte 3] : ‘Hij is daar 1020’
‘Zw Skoda’
[medeverdachte 1] : ‘ik zie hem niet staan’
[medeverdachte 3] : ‘Hij is vertraagd. 15 min nog’
‘nog 7 min. Blijf wachten’
[medeverdachte 1] : ‘Hij is al geweest. Gr’
9 juni 2012 om 19.05 uur en 10 juni 2012 9.51 uur:
[medeverdachte 1] : ‘Dag vriend als je klaar bent met jou autos en je mannetje kan meer aan laat we weten dan help je met de mijne. Gr.’
[medeverdachte 3] : ‘OK’
Uit de combinatie van een OVC gesprek in de Polo [kenteken 3] van 7 juni 2012 om 20.01 uur tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 2] zegt: ”Ik heb geld van [medeverdachte 10] gekregen voor die waspoeder” en een sms van [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 5] van 12.11 uur waarin [medeverdachte 10] aangeeft dat [medeverdachte 5] zijn shag is vergeten, leidt de rechtbank af dat er die ochtend een ontmoeting tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] heeft plaatsgevonden.
Even later, op 7 juni 2012 om 20.06 uur, wordt in of naast eerdergenoemde VW Polo een OVC gesprek tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [persoon 11] opgenomen. Het peilbaken van de Polo geeft aan dat deze zich bij de manege van [persoon 11] bevindt. Zij bespreken, onder andere, het volgende:
[medeverdachte 2] : “En, wat zeiden ze?”
[persoon 11] : “Ik ben nog bezig met die blokjes, maar ja dan ben jij, ga jij weg wah.”
[medeverdachte 2] : “Dinsdag ga ik weg.”
[persoon 11] : “Dat… heb ik afgegeven, ik heb toch een monster van die jongen gekregen weet je wel.”
[medeverdachte 2] : “Ja ja.”
[persoon 11] : “Dat heb ik afgegeven dus… en dat hoor ik vandaag of morgen hoor ik dat snap je… dat is goed… maar als die ze nou alle 50 pakt.”
[medeverdachte 2] : “Ja hetzelfde 31.”
[persoon 11] : “Blijft dat hetzelfde.”
[medeverdachte 2] : Ja.
Een paar uur later geeft [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 5] aan dat hij als hij weer terug gaat naar Bonaire hij ‘piekke’ van die [aliasnaam 7] moet meekrijgen.
Op 8 juni 2012 bespreken [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] het volgende in of in de directe nabijheid van de VW Polo. Tevens neemt een onbekende man deel aan het gesprek. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Polo zich op de [adres 6] te Schinveld, gemeente Onderbanken, bevindt, zijnde de straat waar de manege van [persoon 11] ligt. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij twee bij zich heeft en dat de onbekende man volgende week die andere twee krijgt. Vervolgens gaat het gesprek over een derde. Kennelijk vindt een derde een prijs te hoog. Die derde geeft echter niet aan wat hij wel zou willen betalen. De onbekende man geeft aan dat hij een contact heeft die geïnteresseerd is in grote partijen. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij niet weet ”wat die vriend van ons gaat vragen. Die heeft ook een flinke partij binnen. Dus als ik daar een prijs van weet, dan komen we even langs”. Te horen is dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] afscheid nemen van de onbekende man. Er zijn weer rijgeluiden te horen. [medeverdachte 2] zegt ”het is wel veel 31, kut he” en ”nou moeten we [aliasnaam 7] even waarschuwen. Ik had daar een beetje hoop op gehad”. [medeverdachte 5] zegt: “Jja die grote partijen jong. Die [aliasnaam 1] is ze ook voor dertig aan het verkopen”.
In de woning van [medeverdachte 1] is een notitieboekje in beslag genomen. De volgende notities zijn aangetroffen:
400 x 32 = 12.800
4 x 29 = 116.00
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl