Rb. Limburg 21 december 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:12073
Ambtenarenwet. Waarnemingstoelage. M.b.t. de periode vóór het verzoek tot plaatsing op de waargenomen functie is geen sprake van nieuwe feiten en/of veranderde omstandigheden. De periode ná dit verzoek tot aan datum plaatsing in functie heeft betrekking op het tijdelijk verrichten van een samenstel van werkzaamheden dat een andere functie vormt dat die van eiser zelf. Niet gebleken is dat er in het takenpakket van eiser na de plaatsing als zodanig iets is veranderd. Dit houdt in dat eiser op grond van de artikelen 17, derde lid, van het Bbp in samenhang met de artikelen 1, onder m en 9a, van het Bbp voor de periode vanaf het verzoek tot aan de datum plaatsing in aanmerking dient te komen voor een waarnemingstoelage in de vorm van extra periodieken ter hoogte van de in de navolgende salarisschaal (schaal 11) opgenomen periodieken. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl