Rb. Limburg 2 november 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10382
De rechtbank is van oordeel dat het Waarborgfonds Mijnbouwschade ten onrechte de verzoeken om vergoeding van schade aan woningen heeft afgewezen omdat die verjaard zouden zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is de verjaringstermijn namelijk pas aangevangen door de gebeurtenis die, als laatste schakel van de causale keten, de schade heeft veroorzaakt, namelijk het gaan disfunctioneren van de afsluiting van een verticale boring die is verricht bij de steenkolenwinning door de Domaniale Mijnmaatschappij. Nu het exacte tijdstip waarop die afsluiting is gaan functioneren niet meer is vast te stellen en niet is uitgesloten dat dit korter dan 30 jaar voor de vorderingen van schadevergoeding is geweest, komt die onzekerheid voor risico van het Waarborgfonds. Verder is de rechtbank van oordeel dat het standpunt van het Waarborgfonds dat de verzoeken tevens moeten worden afgewezen omdat de schade al volledig is vergoed door het Calamiteitenfonds Mijn(water)schade Limburg ondeugdelijk is gemotiveerd voor zover deze verzoeken de vergoeding van schade in de vorm van toekomstige herstelkosten, kosten van jaarlijkse controle en waardevermindering van de woningen van eisers betreffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl