Rb. Limburg 28 september 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:9434

Aanslag zuiveringsheffing, verbindendheid van de Verordening zuiveringsheffing Waterschap Peel en Maasvallei 2009 (de Verordening). De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 122f, eerste lid, van de Waterschapswet (Wsw) voor de heffing als heffingsmaatstaf geldt de vervuilingswaarde van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd, waarbij de vervuilingswaarde wordt uitgedrukt in vervuilingseenheden. Wat een vervuilingseenheid is, volgt rechtstreeks uit de Wsw en is herhaald in artikel 6 van de Verordening. Hiermee is derhalve de maatstaf waarnaar de zuiveringsheffing wordt geheven kenbaar. Aan de hand hiervan in combinatie met de in de Verordening vermelde tarieven is derhalve op voorhand duidelijk wat de hoogte van de heffing per vervuilingseenheid is. Dat het voor de bepaling van de hoogte van het uiteindelijk te betalen bedrag van belang is om ook het aantal vervuilingseenheden te bepalen, waarvoor meting, bemonstering en analyse noodzakelijk zijn, en dat die meting, bemonstering en analyse moet plaatsvinden aan de hand van NEN-normbladen, maakt niet dat de heffingsmaatstaf als zodanig niet duidelijk is uit de Verordening. Dat deze NEN-normbladen niet gepubliceerd zijn leidt derhalve niet tot onverbindendheid van de Verordening of een deel daarvan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken