Rb. Limburg 2 mei 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:3964
Eiser is werkzaam geweest bij de politie. Bij hem is chronisch beroepsgerelateerde PTSS vastgesteld. Eiser heeft verweerder aansprakelijk gesteld voor materiële en immateriële schade als gevolg van PTSS op grond van artikel 7:658 van het BW en op grond van de artikelen 54 en 54a van het Barp. Verweerder heeft aan eiser een bedrag groot € 152.696,00 aan materiële schadevergoeding toegekend (vermeerderd met wettelijke rente) en een bedrag van € 50.000,00 aan immateriële schadevergoeding op grond van het BW. Eiser is het niet eens met de hoogte van de toegekende immateriële schadevergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geconcludeerd dat artikel 54a van het Barp formeel niet kan worden toegepast, omdat niet door middel van onderzoek een percentage blijvende invaliditeit en/of arbeidsongeschiktheid als gevolg van beroepsziekte PTSS is vastgesteld. Eiser wil zich bovendien niet meer medisch laten keuren. De manier waarop verweerder de immateriële schadevergoeding heeft berekend komt de rechtbank niet onredelijk voor.
De uitspraak op rechtspraak.nl