Rb. Limburg 23 februari 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:2085

Werknemer verzoekt om betaling transitievergoeding: discussie over ingangsdatum dienstverband. Meer subsidiair verzochte transitievergoeding is toewijsbaar. De door werkgever gestelde eis om, alvorens tot betaling van die transitievergoeding over te gaan de werknemer te laten tekenen voor finale kwijting, is niet op de wet gebaseerd en kan het betalingsverzuim van de transitievergoeding niet rechtvaardigen. Tegenverzoeken werkgever: werknemer heeft geen verzoek tot toekenning billijke vergoeding gedaan. Werkgever stelt (onder meer) de volgende tegenverzoeken in: a) te bepalen dat geen sprake is van door werkgever veroorzaakte schade bij werknemer in het kader van art. 7:658 BW en b) te bepalen dat werkgever na betaling van de transitievergoeding niets meer aan werknemer verschuldigd is. Deze tegenverzoeken vinden geen grondslag in een artikel dat bij of krachtens afdeling 9 van titel 7.10 BW is bepaald (art. 7:686a lid 3 BW). Verzoeken op grond van afdeling 9 van titel 7.10 BW hebben namelijk een schadeoorzaak die verband houdt met de beëindiging van het dienstverband, terwijl die schadeoorzaak ex art. 7:658 BW is gelegen in de (beweerde) schending van de zorgplicht door de werkgever. Dit betekent dat werkgever niet-ontvankelijk is in deze tegenverzoeken. De constatering dat werknemer in het bestek van deze verzoekschriftprocedure vooralsnog zeer weinig heeft gesteld ter onderbouwing van een art. 7:658 BW claim, maakt dat niet anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen