Rb. Limburg 16 februari 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:1339
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (verweerder) heeft aan eiser een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo, inhoudende dat hij de zonder bouwvergunning en in strijd met het bestemmingsplan gerealiseerde erfafscheiding en garage moet verwijderen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het feit dat de bouwwerken er al stonden toen eiser in 1995 huurder werd van het perceel, onverlet laat dat hij overtreder is van het verbod als bedoeld in artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo, nu hij deze zonder vergunning gebouwde bouwwerken in stand laat. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 december 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BY7345), overweegt de voorzieningenrechter dat de rechtszekerheid zich er echter tegen verzet dat verweerder wegens overtreding van artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo aan eiser een last onder dwangsom oplegt ten aanzien van de zonder vergunning vóór 1 april 2007 op het perceel gebouwde bouwwerken. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat van eiser ten tijde van de verkrijging van het perceel mocht worden verwacht dat hij had onderzocht of de erfafscheiding en garage zonder een daarvoor vereiste bouwvergunning waren gebouwd. Gelet hierop heeft verweerder om redenen van rechtszekerheid niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot handhavend optreden tegen deze bouwwerken gebruik kunnen maken door middel van het opleggen van een last onder dwangsom. Bovendien kan in een situatie als deze een dergelijke last ook niet via de weg van strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo worden opgelegd, nu de bouwwerken er al stonden voor inwerkingtreden van de Wabo.
De uitspraak op rechtspraak.nl