Rb. Limburg 19 december 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:12404
Rechtbank veroordeelt een inmiddels 18-jarige vrouw tot 9 maanden jeugddetentie, waarvan een groot deel voorwaardelijk, voor voorbereiding van deelname aan een organisatie met een terroristisch oogmerk (IS). De vrouw wordt vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging tot deelname aan een terroristische organisatie, omdat de aan haar tenlastegelegde handelingen niet als uitvoeringshandelingen kunnen worden aangemerkt. Wel acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte voorbereidingshandelingen heeft getroffen. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het procesdossier blijkt dat de verdachte in de zomer van 2016, toen zij nog minderjarig was, heeft willen uitreizen naar Syrië om zich daar te voegen bij (een strijder van) IS en deel te nemen aan de gewapende strijd. Aan de vrouw was ook tenlastegelegd dat zij heeft samengespannen met een ander om een martelaarsoperatie uit te voeren. De rechtbank spreekt de vrouw van dit feit vrij, omdat de uitlatingen van de vrouw niet kunnen worden beschouwd als een definitief en gemeend plan. De vrouw wordt veroordeeld tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie en moet zich gedurende de proeftijd houden aan een aantal bijzondere voorwaarden, waaronder het voeren van gesprekken met een islamitisch deskundige en het volgen van therapie.
De uitspraak op rechtspraak.nl