Rb. Limburg 28 november 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:11567
WW-zaak. Volgens verweerder heeft aan het ontslag van de derde-partij geen subjectief dringende reden ten grondslag gelegen. De rechtbank heeft het beroep van eiser (werkgever) gegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat van een concreet vermoeden van plichtsverzuim sprake was op een later moment dan door verweerder is geduid. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat eiser vanaf dat moment met de nodige voortvarendheid heeft gehandeld en op geen enkel moment de indruk heeft gewekt dat een terugkeer van de derde-partij in zijn werk te verwachten viel.
De uitspraak op rechtspraak.nl