Rb. Limburg 22 november 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:11471
Milieustrafrecht. Rechtbank verwerpt het verweer dat OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Geen schending van het gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel of verbod van willekeur. Geen strijd met het fair trial beginsel. Inrichting in de zin van artikel 8.1, eerste lid, Wet Milieubeheer en artikel 2.1, eerste lid, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan een inrichting, welke inrichting zonder de daarvoor vereiste vergunningen in werking was. Artikel 13 Wet bodembescherming. Verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan een inrichting die handelingen heeft verricht waarvan zij wist dat deze de bodem konden verontreinigen dan wel aantasten en heeft niet aan haar verplichtingen voldaan om maatregelen te nemen. Gelet op de mate van betrokkenheid en persoonlijke omstandigheden oplegging artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl