Rb. Limburg 18 oktober 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:10043
Betreft het verlenen van een wijzigingsvergunning op grond van de Waterwet voor het lozen van pyrazoolhoudend afvalwater. De wijziging moet leiden tot een vergunde situatie voor pyrazool en houdt onder meer in dat het gehalte aan pyrazool in het afvalwater ter plaatse van het lozingspunt niet meer mag bedragen dan 50 µg/l in een volumeproportioneel etmaalmonster en 30 µg/l als voortschrijdend gemiddelde van 10 achtereenvolgende etmaalmonsters. Door het lozend bedrijf en de fabriek waar pyrazool als onderdeel van het productieproces vrijkomt, is beroep ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat lozing van pyrazool niet is vergund bij de geldende vergunning die is verleend op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren nu het lozen van pyrazool destijds niet is aangevraagd en die stof ook niet is genormeerd in de vergunning. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder toereikend heeft gemotiveerd hoe de tijdelijk geldende lozingsnormen zijn vastgesteld en dat die normen, gelet op de zorgplicht op grond van de Drinkwaterwet en de Waterwet, redelijk en, gezien de empirisch vastgestelde gehaltes aan pyrazool, ook haalbaar zijn. Volgt ongegrondverklaring van de beroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl