Rb. Limburg 2 februari 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:828
Gelet op alle misbruikindicatoren op zichzelf en in samenhang gewogen, is de rechtbank van oordeel dat de bevoegdheid om een Wob-verzoek in te dienen, is gebruikt met kennelijk geen ander doel dan om ten laste van de overheid geldsommen te incasseren. Deze bevoegdheid is dan ook voor een ander doel ingezet dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven zodanig, dat dit gebruik blijk geeft van kwade trouw. Daarmee is misbruik gemaakt van een wettelijke bevoegdheid. Dit geldt evenzeer voor het gebruik van de bevoegdheid om beroep in te stellen, nu dat beroep niet los kan worden gezien van het doel waarmee (gemachtigde van) eiser de Wob heeft gebruikt. De omschreven handelwijze moet aan eiser worden toegerekend, aangezien gemachtigde van eiser de betrokken handelingen namens eiser heeft verricht en eiser hem daartoe heeft gemachtigd. Het beroep is niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl