Rb. Limburg 5 juli 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:5690
Het geding betreft een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo), zijnde een karrenspoor dan wel toegangspad op een landgoed dat deels is gelegen in het Natura 2000-gebied Sint Pietersberg en Jekerdal. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat verweerder in de beroepsfase alsnog toereikend heeft onderbouwd dat door de vergunningverlening noch voor de instandhoudings- noch voor de uitbreidingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied negatieve gevolgen zullen optreden en dat geen sprake is van overtreding van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet of van onevenredige aantasting van landschapswaarden in de zin van het bestemmingsplan. Ook heeft verweerder toereikend gemotiveerd dat de impact van de ingreep dermate beperkt is dat aantasting van kenmerkende landschapswaarden niet aan de orde is, zodat geen sprake is van verboden handelingen ten aanzien van een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 16 van de Nbw 1998.
De uitspraak op rechtspraak.nl