Rb. Limburg 24 juni 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:5452
Trefwoorden: strafontslag, verklaringen collega’s, achtergrond bestaande verhoudingen, nader onderzoek, verifiëren, objectieve gegevens. Samenvatting: Voor de constatering van plichtsverzuim dat tot disciplinaire bestraffing aanleiding kan geven is noodzakelijk dat op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde, gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. Uit vaste jurisprudentie volgt echter dat met verklaringen van collega’s voorzichtig dient te worden omgegaan; zij kunnen slechts goed op hun waarde geschat worden tegen de achtergrond van de bestaande verhoudingen in de desbetreffende groep medewerkers. In beginsel zal het nodig zijn de inhoud van zulke verklaringen in een nader onderzoek te verifiëren en na te gaan of op grond van meer objectieve gegevens kan worden vastgesteld dat de betrokkene zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem verweten wordt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft bovenbedoeld onderzoek en de benodigde verificatie onvoldoende plaatsgevonden. De rechtbank kan niet anders concluderen dan dat niet op voldoende deugdelijke wijze en op grond van objectieve gegevens is vastgesteld dat eiser de hem verweten gedraging jegens (naam collega) heeft begaan. Nu het benodigde onderzoek niet (voldoende) heeft plaatsgevonden, voldoet het ten aanzien van eiser genomen besluit niet aan de bovenbedoelde vereisten. Voorts is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat eiser mevrouw (collega 3) een klap op de billen heeft gegeven. Ten aanzien van de gestelde gedragingen van eiser jegens mevrouw (collega 2) en mevrouw (collega 6), overweegt de rechtbank dat, ongeacht of ervan wordt uitgegaan dat eiser zijn arm om de onderrug van voornoemde collega’s heeft geslagen, dan wel dat hij ook over de onderrug zou hebben gewreven, deze gedragingen niet kwalificeren als plichtsverzuim van zodanige aard of ernst dat het opgelegde onvoorwaardelijk strafontslag daaraan evenredig is te achten. Gelet hierop kan het besluit tot disciplinair ontslag niet in rechte standhouden wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3:46 Awb
- Artikel 2 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 3 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 73 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 76 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 77 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 84 Besluit algemene rechtspositie politie
- Artikel 89 Besluit algemene rechtspositie politie