Rb. Limburg 30 november 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:10305
Huishoudelijke hulp. Het voeren van een gestructureerd huishouden als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo omvat mede de zorg voor het schoon en op orde houden van het huishouden, alsmede de zorg voor het kunnen beschikken over schoon beddegoed en schone kleding. Verder kan een gemeente ervoor kiezen om huishoudelijke verzorging aan te bieden in de vorm van een algemene voorziening en dat deze voorziening in dat geval als basisvoorziening voorliggend kan zijn op een eventueel in aanvulling daarop te verstrekken maatwerkvoorziening indien deze noodzakelijk is voor de zelfredzaamheid van de betrokken cliënt. Verweerders standpunt dat het bij het voeren van een gestructureerd huishouden gaat om het voeren van de regie over het huishouden in de zin van het aansturen en organiseren van het huishouden en niet om de vraag of die werkzaamheden door de betrokkene zelf kunnen worden verricht, kan dan op basis van de uitspraken van de CRvB van 18 mei 2016 met kenmerken (ECLI:NL:CRVB:2016:1402 en ECLI:NL:CRVB:2016:1403) niet voor juist worden gehouden. Door de voorwaarde te stellen dat alleen bij regieverlies over het huishouden een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden kan worden verstrekt heeft verweerder het begrip ‘voeren van een gestructureerd huishouden’ te beperkt uitgelegd. Verweerder heeft in het onderhavige geval het onderzoek beperkt tot de vraag of eiser de regie over het huishouden kan voeren en geen onderzoek verricht naar het daadwerkelijk aantal uren dat eiser nodig heeft aan hulp bij het huishouden; of de twee uur van de algemene voorziening toereikend zijn of moeten worden uitgebreid al dan niet met een maatwerkvoorziening is niet onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek in ontoereikend geweest. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl