Rb. Limburg 23 november 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:9796

De door eiseres beoogde werkzaamheden als vrijwilliger voor begeleiding van (ex-)gedetineerden zijn, in afwijking van de heersende jurisprudentie, naar het oordeel van de rechtbank geen werkzaamheden uit hoofde waarvan zij op grond van de WW niet als werknemer wordt beschouwd. Het beoogde werk wordt weliswaar verricht onder regie van een instelling tot wier taak het kan worden gerekend om de re-integratie van (ex-)gedetineerden te bevorderen, maar niettemin kunnen deze werkzaamheden thans in het maatschappelijk verkeer niet worden beschouwd als activiteit waarvoor een beloning mag worden verwacht. Eiseres heeft toereikend gemotiveerd dat het gaat om werkzaamheden die specifiek zijn ontwikkeld en er zich bij uitstek voor lenen om door niet-professionele krachten te worden uitgeoefend. Tevens is aannemelijk dat deze specifieke werkzaamheden in het verleden nimmer door beroepskrachten zijn verricht en dat er geen uitzicht op is dat dit in de toekomst zal gebeuren. Ook is van belang dat van algemene bekendheid is dat het in toenemende mate bij (professionele) instellingen op het gebied van gezondheidszorg, sociaal werk en cultuur gebruikelijk is dat onbetaalde krachten worden ingezet voor tal van werkzaamheden De rechtbank ziet daarom aanleiding voor verruiming van voormelde maatstaf in die zin dat het binnen professionele organisaties verrichten van specifiek voor vrijwilligers ontwikkelde en geschikte werkzaamheden waardoor geen betaald werk verdrongen wordt, niet leidt tot verlies van het werknemerschap.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen