Rb. Limburg 7 oktober 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:8378
Verzoek van eiseres om bij de vaststelling van de hoogte van de aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van haar vader is door verweerder afgewezen, omdat geen sprake is van een conflict zoals bedoeld in artikel 6 en 7 van het Bsf 2000 en volgens verweerder sprake is van ‘wezenlijk contact’ tussen eiseres en haar vader. Naar het oordeel van de rechtbank kan, afgaande op hetgeen eiseres heeft aangevoerd, bezwaarlijk worden ontkend dat sprake is van een (aanwijsbaar) conflict tussen eiseres en haar vader. Ook is volgens de rechtbank geen sprake van ‘wezenlijk contact’ zoals dit voor te stellen is in een relatie tussen vader en dochter. Daarbij heeft verweerder, gelet op de specifieke situatie, niet van eiseres kunnen verwachten dat zij ter staving van haar stelling dat sprake is van een conflict in vorenbedoelde zin, een deskundigenverklaring kan overleggen, anders dan eerdergenoemde verklaringen van de voormalige en huidige huisartsen. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl