Rb. Limburg 14 april 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:3034
Ten tijde van de aanvraag van de onderhavige omgevingsvergunning voor bouwen was sprake van illegaal gebruik, zodat reeds op die grond artikel 5, tweede lid, van bijlage II, behorende bij het Bor van toepassing is. Dienovereenkomstig heeft verweerder in het bestreden besluit overwogen en de gevraagde omgevingsvergunning voor bouwen verleend. Verweerders nieuwe standpunt, dat de uitzondering van artikel 5, tweede lid, van bijlage II bij het Bor niet aan de orde is, is dan ook onjuist. De rechtbank ziet geen grond om van het uitdrukkelijke en eenduidige oordeel in de uitspraak van de Afdeling van 29 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:173) af te wijken. De rechtbank wijst verweerder erop dat in zijn redenering wordt miskend dat bij het besluiten op een aanvraag om vergunning voor de activiteit bouwen, dient te worden getoetst aan het recht en de feiten ten tijde van dat besluit en niet ten tijde van het verrichten van de activiteit.
De uitspraak op rechtspraak.nl