Rb. Limburg 1 april 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2734

De eerste zin van art. 35a lid 1 van de - in 2014 geldende - cao voor de bouwnijverheid luidt: “De opbouw van vakantiedagen verloopt volgens kalenderjaren”. Naar het oordeel van de kantonrechter ligt in die tekst niet besloten dat toekenning dan ook aan het begin van het betreffende jaar dient te geschieden. De kantonrechter leest voorts in de cao-bepaling noch in de wet dat een werkgever verplicht is om aan het begin van een kalenderjaar aan zijn werknemers mede te delen hoeveel verlofuren in totaal voor dat nog te voltooien jaar verworven kunnen worden (bij voortduren van de arbeidsovereenkomst tot ten minste het einde van dat jaar). Het is daarom niet onjuist noch verboden om een administratief systeem te hanteren waarbij maandelijks het recht dat in de voorbije maand daadwerkelijk ontstaan is, aan de werknemer bevestigd (als effectieve toekenning op papier of langs digitale weg zichtbaar gemaakt) wordt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen