Rb. Limburg 28 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:764

De rechtbank is van oordeel dat de beklagzaken ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering juridisch eenvoudig van aard zijn en een vast stramien volgen. Gelet hierop, op de werkzaamheden die gepaard gaan met een beklagzaak en op het feit dat voor eventuele andere werkzaamheden een verzoek tot vergoeding ingediend kan worden na onder andere sepot of vrijspraak, komt de rechtbank tot het oordeel dat het in de rede ligt voor de vergoeding voor werkzaamheden ten behoeve van de beklagzaak ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering forfaitaire bedragen te hanteren. Daarbij zoekt de rechtbank aansluiting bij de forfaitaire bedragen die gehanteerd worden ten aanzien van de verzoeken ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen