Rb. Limburg 25 juli 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:7230
Art. 41a Wet Bopz. Klachtzaak. Klachten tegen separatie, noodmedicatie en toepassing dwangbehandeling. Klacht tegen separatie gegrond. De stichting is niet erin geslaagd te onderbouwen dat sprake was van een noodsituatie zoals bedoeld in artikel 39 van de Wet Bopz. Opeenstapeling van incidenten heeft geleid tot separatie. Bij een voornemen tot toepassing van middelen en maatregelen zoals bedoeld in artikel 39 van de Wet Bopz dient, gelet op de aard en de ernst van het toe te passen middel of de maatregel, op basis van ieder afzonderlijk incident te worden beoordeeld of op dat moment sprake is van een noodsituatie die die toepassing rechtvaardigt. Overige klachten ongegrond. Bij de beoordeling van de klacht tegen het toedienen van noodmedicatie wordt geabstraheerd van de omstandigheid dat de situatie die heeft geleid tot het toedienen van noodmedicatie is ontstaan na en waarschijnlijk zelfs ten gevolge van een separatie die onrechtmatig was. Op het moment van het toedienen van de noodmedicatie was die separatie nu eenmaal een gegeven. Geen schadevergoeding ondanks gegrond verklaarde klacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl