Rb. Limburg 11 juli 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:6167

Over de vrees van eiseres dat haar percelen als gevolg van de vergunde activiteiten zullen vernatten en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het belang van een goede waterhuishouding op haar percelen, is de rechtbank van oordeel dat dit geen belang is dat in artikel 2.1, eerste lid, van de Waterwet wordt genoemd. Weliswaar zien de doelstellingen onder meer op het voorkomen van wateroverlast, maar de rechtbank volgt verweerder in diens standpunt dat dit ziet op mogelijke effecten van de vergunde activiteiten op de waterstand van de Maas (met andere woorden: het voorkomen van hoogwater). Bescherming tegen mogelijke vernatting van de percelen van eiseres door extra regenwater indien de naastgelegen percelen worden geherprofileerd of opgehoogd, is geen waterstaatkundig belang zoals in artikel 2.1, eerste lid, van de Waterwet is omschreven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken