Rb. Limburg 6 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:5104

Vordering om aan verweerder een verbod op te leggen tot het (kort gezegd) doen van uitlatingen die eiseres “op ongunstige wijze” in verband brengen met de “Arnhemse villamoord”. Geen juridische grond voor oplegging van een dergelijk verbod voor zover met ongunstig niet is bedoeld onrechtmatig. Voor zover met ongunstig ook onrechtmatig bedoeld is, is geoordeeld dat een ieder gehouden is om zich niet op onrechtmatige wijze jegens eiseres uit te laten. Aangezien eiseres heeft nagelaten om de door haar gestelde toekomstige onrechtmatige uitlatingen van verweerder te concretiseren, wordt de vordering, mede gelet op de gevorderde dwangsom, als onvoldoende specifiek afgewezen. Vordering tot betaling van voorschot op materiële en immateriële schadevergoeding op grond van (gestelde) onrechtmatige uitlatingen in het gepubliceerde boek wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen