Rb. Limburg 11 april 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:3497
Betreft beroepen tegen een projectbesluit alsmede een van rechtswege verleende bouwvergunning voor de vestiging van een varkenshouderij. De rechtbank verklaart het beroep van één van de eisers niet-ontvankelijk omdat deze niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Betrokkene heeft vanaf zijn perceel geen zicht op de locatie, waarop het bouwplan is geprojecteerd en de afstand tussen die locatie en zijn woning bedraagt ongeveer 400 meter. De omstandigheid dat ter plaatse van zijn woning milieugevolgen, te weten geurhinder, van de inrichting van vergunninghouder worden ondervonden en derhalve sprake is van ruimtelijke uitstraling van de bestreden besluiten maakt dat naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Gelet op de voorhanden onderzoeksgegevens over de geurbelasting acht de rechtbank de ruimtelijke uitstraling op de leefomgeving van eiser niet van dien aard dat daardoor het ontbreken van zicht wordt gecompenseerd. Het beroep van de overige eisers acht de rechtbank ontvankelijk. De rechtbank stelt vast dat de procedure van het projectbesluit ook in dit geval leidend is, zodat tegen de bouwvergunning van rechtswege geen bezwaar, maar rechtstreeks beroep openstaat. Tegen de van rechtswege verleende bouwvergunning is binnen zes weken na de (te late) bekendmaking en derhalve tijdig door eisers beroep ingesteld. Met betrekking dit beroep overweegt de rechtbank onder meer dat het project voldoende concreet is en dat sprake is van een bedrijfsverplaatsing in het kader van de “Ruimte voor Ruimte – regeling” die nodig was omdat het voormalige bedrijf op korte afstand van de (groeiende) woonkern Nederweert was gelegen en daar een knelpunt vormde. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de belangen van vergunninghouder en het algemeen belang bij de verplaatsing en het oplossen van een knelsituatie bij de woonkern Nederweert prevaleren boven het belang van eiser om gevrijwaard te blijven van een beperkte verslechtering van zijn woon- en leefklimaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 8.1 Wm
- Artikel 44 Wonw
- Artikel 46 Wonw
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 1:3 Awb
- Artikel 3:11 Awb
- Artikel 4:20c Awb
- Artikel 6:7 Awb
- Artikel 6:8 Awb
- Artikel 7:1 Awb
- Artikel 1.1 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.10 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.11 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 1.2 Invoeringswet Wabo
- Artikel 1 Wet aanpassing bestuursprocesrecht
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2345
- ABRvS 14 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:743
- ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6764
- ABRvS 19 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT8561
- ABRvS 23 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP8733
- ABRvS 1 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN5725
- ABRvS 17 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX2075