Rb. Limburg 24 december 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:11251
Eiser heeft op 31 juli 2012 een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van een geboorteakte ingediend. Hiervoor heeft verweer leges geheven ad € 11,80. Eiser is het niet eens met deze heffing. De rechtbank begrijpt het beroep van eiser aldus dat hij zich uitsluitend op het standpunt stelt dat verweerder ten onrechte leges heeft geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verkrijgen van een afschrift van een geboorteakte omdat daarvoor het individualiseerbaar belang ontbreekt en de gemeentelijke verordening tarieventabel waarop de leges is gebaseerd onverbindend is. Deze rechtsregel acht eiser in algemene zin van toepassing ook indien sprake is van een andere wettelijke grondslag dan het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. De rechtbank is van oordeel dat dit standpunt geen doel treft. Voor het heffen van een recht voor het verstrekken van een afschrift van een geboorteakte is een wettelijke grondslag aanwezig in de Wet rechten burgerlijke stand. Of er al dan niet sprake is van een ‘dienst’ die rechtstreeks en in overheersende mate een individualiseerbaar particulier belang betreft en niet in overheersende mate tot de vervulling van de publieke taak van de overheid behoort, is hierbij gelet op artikel 1 van die wet niet van belang. De verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ4105) gaat daarom, anders dan eiser stelt, naar het oordeel van de rechtbank niet op. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl