Rb. Limburg 20 december 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:12069
Verweerder heeft op grond van artikel 19:9 van de CAR-UWO beleidsruimte (gekregen) om bij de afweging voor een benoeming in een bepaalde functie niet alleen te kijken naar de aanwezigheid van de vereiste diploma’s (in casu het diploma hoofdbrandwacht), maar ook om te bekijken of die persoon voldoet aan de functievereisten voor manschap B, zoals opgenomen in supplement o van bijlage A, behorende bij artikel 2, eerste lid, van het Bpv. Uit inventarisatie van de daadwerkelijke taken en opleidingen van eisers, die allen in het bezit zijn van het vereiste diploma hoofdbrandwacht, is gebleken dat 95% van hun taken bestaan uit basis brandweertaken op het gebied van brandbestrijding, hulpverlening, ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen en waterongevallen én de voorbereiding hierop door middel van het deelnemen aan oefeningen en het volgen van opleidingen. De inzet op voorlichtingsgebied (eenmalig gedurende 8 uur plaatsen van rookmelders) is te beperkt op grond daarvan over te gaan tot benoeming in de functie van manschap B. Het hebben van het diploma hoofdbrandwacht geeft niet zonder meer recht op benoeming in de functie manschap B; bijlage 2 behorende bij artikel 10, eerste lid, van het Bpv geldt slechts als een conversietabel.
De uitspraak op rechtspraak.nl