Rb. Limburg 13 december 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:11777
Onderzoek “Jaguar I”: Veroordelingen wegens (onder andere) deelname aan een criminele organisatie, die zich bezighield met de productie van synthetische drugs. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van verschillende opslag- en productieplaatsen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK Limburg
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03/702537-11
Datum uitspraak : 13 december 2013
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
wonende te [adres 1].
Raadsman is mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat te Maastricht.
1 Het onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 3, 4 en 17 april 2013 en op 20 november 2013, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is op 29 november 2013 formeel gesloten.
2 De tenlastelegging
De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Feit 1: al dan niet samen met een ander of anderen meermalen (opzettelijk) harddrugs buiten Nederland heeft gebracht;
Feit 2: al dan niet samen met een ander of anderen meermalen (opzettelijk) harddrugs heeft geproduceerd, dan wel (opzettelijk) aanwezig heeft gehad;
Feit 3: al dan niet samen met een ander of anderen (opzettelijk) harddrugs aanwezig heeft gehad;
Feit 4: al dan niet samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van harddrugs;
Feit 5: al dan niet samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van harddrugs;
Feit 6: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het plegen van drugsgerelateerde delicten;
Feit 7: een gewoonte heeft gemaakt van witwassen.
3 De beoordeling van het bewijs
3.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 tot en met 6 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte samen met zijn medeverdachten synthetische drugs heeft vervaardigd. Tijdens diverse doorzoekingen op verschillende locaties werden goederen aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met drugshandel. Ook waren er overeenkomsten tussen de aangetroffen goederen op de verschillende locaties.
Medeverdachten[medeverdachte 1], [R.D.],[medeverdachte 3] en[medeverdachte 4] hebben verklaringen afgelegd over de gang van zaken, welke verklaringen aansluiten op de bevindingen van de politie.
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 7.
Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten, welke volgens de officier van justitie bewezen kunnen worden verklaard, heeft hij nog het volgende naar voren gebracht.
Ten aanzien van feit 1:
De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte met zijn medeverdachten meermalen amfetamine buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht. De uitvoer werd verricht door medeverdachte [medeverdachte 5]. Op 14 juni 2011 werden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] op heterdaad betrapt tijdens de overdracht van 20 kilo amfetamine in Duitsland. Bij een daarop volgende doorzoeking in een garagebox van [medeverdachte 6] werd nog een grote hoeveelheid amfetamine aangetroffen. Op de tas waarin de drugs werden opgeslagen werd dna-materiaal van [medeverdachte 5] aangetroffen. Getuige[getuige] heeft een verklaring afgelegd over verschillende transporten en de modus operandi die daarbij werd toegepast. De bakengegevens ondersteunen dat er soms twee keer per dag transporten naar Duitsland plaatsvonden. Bij de uitvoer van drugs werd gebruik gemaakt van Actiontassen. Deze tassen werden door verdachte aangeschaft.
Ten aanzien van feit 2:
De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte samen met zijn medeverdachten op vier locaties drugs heeft geproduceerd. Uit de verklaring van medeverdachte[medeverdachte 4] blijkt een duidelijke rolverdeling. De aangetroffen chemicaliën werden door het NFI gecontroleerd en blijken geschikt voor het vervaardigen van drugs.
Ten aanzien van feit 3:
De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 48 gram harddrugs. De drugs werden in de diepvries aangetroffen.
Ten aanzien van de feiten 4 en 5:
De officier van justitie heeft voorts aangevoerd dat verdachte samen met zijn medeverdachten op de locatie [adres 7] te Heerlen voorbereidingshandelingen heeft verricht in het kader van de Opiumwet. Medeverdachten[medeverdachte 1] en[medeverdachte 4] hebben hierover een verklaring afgelegd.
Verdachte heeft daarnaast 60 kilo cafeïne aanwezig gehad. Ook dit duidt op voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet, nu cafeïne een versnijdingsmiddel is.
Ten aanzien van feit 6:
De officier van justitie heeft ten slotte aangevoerd dat verdachte als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van diverse contacten, opslagplaatsen en productieplaatsen. Verdachte heeft de organisatie aangestuurd door mensen te faciliteren en de gang van zaken te coördineren. Hij stelde telefoons ter beschikking aan de leden van de organisatie. Ook het gebruik van voertuigen werd georganiseerd.
In een afgeluisterd telefoongesprek tussen medeverdachte[medeverdachte 1] en zijn vader spreekt[medeverdachte 1] over het samenwerkingsverband tussen hem en verdachte. Tijdens afgeluisterde telefoongesprekken gevoerd door verdachte, blijkt dat hij de criminele activiteiten trachtte te maskeren.
3.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat op grond van het dossier, te weten de bevindingen naar aanleiding van de doorzoekingen, de tapgesprekken, en de verklaringen van verdachten, kan worden vastgesteld dat sprake was van een bewerkingsproces van synthetische drugs. Dit bewerkingsproces had betrekking op de kristallisatiefase van amfetamine-olie naar amfetamine. Bij deze productie werd gebruikgemaakt van een aantal panden. Ook was er een stashlocatie.
Met betrekking tot de afzonderlijk tenlastegelegde feiten heeft de raadsman het volgende naar voren gebracht.
Ten aanzien van feit 1:
De raadsman heeft aangevoerd dat er weliswaar voldoende bewijs is voor een levering, maar niet kan worden vastgesteld dat de geleverde stof op 14 juni 2011 daadwerkelijk amfetamine betrof. Ook is er onvoldoende bewijs voor eerdere leveringen. Met betrekking tot de verdenking van uitvoer naar Mallorca heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is. Er kan geen relatie worden vastgesteld tussen de onderzoeksmaterialen afkomstig uit Spanje en uit Nederland. Mocht er al iets zijn getransporteerd, dan staat niet vast wat dit precies is geweest. Indien er een bewezenverklaring volgt voor de uitvoer naar Mallorca, dan is er hooguit bewijs voor een levering tussen 28 en 30 maart 2011.
Ten aanzien van feit 2:
De raadsman heeft aangevoerd dat de verschillende locaties slechts kort in gebruik waren. Ook werden er geen grote hoeveelheden aangetroffen.
Ten aanzien van feit 3:
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dit feit heeft bekend.
Ten aanzien van feit 4:
De verdenking heeft betrekking op hetgeen is aangetroffen op de [adres 2] te Heerlen. De locatie was zo’n drie maanden in gebruik. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een verband met andere producties van tabletten. De omstandigheid dat de grondstoffen overeenkomen is daartoe onvoldoende.
Ten aanzien van feit 5:
De raadsman heeft ten aanzien van feit 5 aangevoerd dat verdachte heeft bekend dat de cafeïne van hem was.
Ten aanzien van feit 6:
De raadsman heeft aangevoerd dat voor zover de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet, de medeverdachten [medeverdachte 7],[medeverdachte 4], [medeverdachte 9] en [medeverdachte 10] niet tot deze organisatie behoorden.
Ten aanzien van feit 7:
Gelet op de door de officier van justitie gevorderde vrijspraak, heeft de raadsman geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van feit 7.
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl