Rb. Limburg 13 december 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:11417

Samenvatting bij AWB 12 / 822 en AWB 12 / 1507 Trefwoorden: Herziening uitwonenden beurs, risicoprofiel, huisbezoek, boete Samenvatting: Verweerder heeft bij eiser een huisbezoek afgelegd, omdat eiser in het zogenoemde risicoprofiel valt. De rechtbank ziet geen aanleiding om het gebruik van het risicoprofiel ontoelaatbaar te achten. Het risicoprofiel is immers opgesteld op basis van objectieve criteria, welke door de rechtbank kunnen worden getoetst. Bovendien dient het risicoprofiel enkel als selectiemiddel. Verweerder heeft ook geen aanleiding hoeven zien om te volstaan met een minder ingrijpend middel dan het afleggen van een onaangekondigd huisbezoek. De jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep in het kader van de Wet werk en bijstand acht de rechtbank niet van toepassing omdat het risicoprofiel geen redelijk vermoeden van misbruik oplevert. De rechtbank is vervolgens tot het oordeel gekomen dat verweerder op basis van de tijdens het huisbezoek verkregen informatie, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser ten tijde van belang niet feitelijk woonachtig was op het GBA-adres waar hij op stond ingeschreven. Voor wat betreft de herziening is de rechtbank van oordeel dat verweerder dit met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 mocht doen. De wetgever gaat immers in artikel 9.9, tweede lid, van de Wsf 2000 uit van de veronderstelling dat de onrechtmatige woonsituatie al bestaat vanaf het moment waarop de studerende zijn laatste adreswijziging in de GBA heeft ingeschreven. Dat wettelijk vermoeden is kennelijk ingegeven door redenen van doelmatige wetsuitvoering en kent niet het oogmerk van leedtoevoeging. De rechtbank heeft tot slot vastgesteld dat verweerder aan eiser een boete kon opleggen van 50% wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 1.5 van de Wsf 2000. Niet is gebleken van een verminderde verwijtbaarheid of bijzondere omstandigheden die ertoe nopen dat een lagere boete opgelegd dient te worden. De rechtbank heeft daarbij nog van belang geacht dat de periode waarover de boete wordt opgelegd niet zodanig lang is en dat de hoogte van de boete niet zodanig hoog is, dat deze niet meer voldoet aan de eisen van proportionaliteit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken