Rb. Leeuwarden 12 oktober 2012, ECLI:NL:RBLEE:2012:BY2634
In artikel 19 van de Wet politiegegevens (Wpg) is vastgelegd dat de korpsbeheerder, in overeenstemming met de officier van justitie, gegevens aan derden mag verstrekken. Hieronder valt het doen plaatsen van foto's van verdachten op de website dadergezocht. Voordat daartoe mag worden overgegaan moet er voldaan zijn aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Aan de eis van proportio¬naliteit is voldaan nu het in deze zaak gaat om verdenking van een diefstal. Aan de eis van subsidiariteit is niet voldaan nu de politie niet getracht heeft de man op te sporen via de in het dossier genoemde naam en telefoonnummer van verdachte. Het plaatsen van de afbeeldingen op internet is daarmee onrechtmatig geweest. Daarnaast blijkt dat de politieproducer zelfstandig beslist in welke gevallen beelden op internet kunnen worden geplaatst. De politierechter is van oordeel dat voor een mandatering aan de politiefunctionaris geen wettelijke basis bestaat. Ook is dit strijdig met de Aanwijzing opsporingsberichtgeving, nu daarin is vastgelegd dat voor regionale berichtgeving toestemming vereist is van de hoofdofficier van justitie. Het belang van het geschonden voorschrift is aanzienlijk en het verzuim is ernstig. Verdachte is publiekelijk als crimineel bekend gemaakt en daarmee is inbreuk gemaakt op zijn recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. In de concrete omstandigheden van dit geval ziet de rechter aanleiding schending van het recht van verdachte op een eerlijk proces aan te nemen. Gelet op de ernstige schending van strikte waarborgen voor publicatie van afbeeldingen van personen op internet en het nadeel dat zich in dit concrete geval ook heeft verwezenlijkt, is de politierechter van oordeel dat de enige passende reactie hierop bewijsuitsluiting is.
De uitspraak op rechtspraak.nl