Rb. Leeuwarden 5 augustus 2004, ECLI:NL:RBLEE:2004:AR6471

Toepassing Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden voor een fictief dienstverband. Eiser heeft niet geopteerd voor het aannemen van een fictief dienstverband (de zogenaamde opting-in-regeling). In beroep is door eiser aangevoerd dat het Rechtspositiebesluit voor wat betreft de onkostenvergoeding een verboden onderscheid maakt tussen raadsleden met en zonder fictief dienstverband. Aan het zijn van raadlid ontbreekt volgens eiser een essentieel onderdeel van een arbeidsverhouding, namelijk de gezagsverhouding. Om deze reden zou het Rechtspositiebesluit onverbindend moeten worden verklaard. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Met de keuze voor een fictieve dienstbetrekking wordt slechts de arbeidsverhouding op vrijwillige basis onder de loonheffing gebracht. Deze keuze heeft geen arbeidsrechtelijke consequenties: van een feitelijke dienstbetrekking, met als kenmerkend element de gezagsverhouding, is in die gevallen immers geen sprake. Evenmin strijd met verdragsrechtelijke anti-discriminatiebepalingen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen