Rb. Leeuwarden 5 juni 2003, ECLI:NL:RBLEE:2003:AH2380
Vermelden van kortingsbedrag bij (niet nakomen voorwaarde) subsidieverlening niet gericht op rechtsgevolg. Verweerder bevoegd om ontvlechting betalende praktijk als voorwaarde te verbinden aan subsidieverlening. Voorwaarde verbonden aan subsidiebeschikkingen 2000 en 2001 dat eiseres verplicht is tot ontvlechting van haar betalende praktijk en vermelding dat bij de uitbetaling van de voorschotten maandelijks een korting zal worden toegepast indien en voor zover eiseres geen gevolg geeft aan die verplichting. Nu sprake is van een langjarige subsidierelatie, is een dergelijke wijze van subsidieverlening gelet op zorgvuldigheid en rechtszekerheid aanvaardbaar te achten. Het vermelden van het kortingsbedrag bij de subsidieverlening kan op zichzelf evenwel niet geacht worden te zijn gericht op enig rechtsgevolg. Eerst indien verweerder bij de subsidievaststelling constateert dat eiseres niet aan de verplichting heeft voldaan en hij vervolgens gebruik maakt van zijn bevoegdheid als vermeld in art. 4:46.2.b Awb is daarvan sprake. Verweerder is ex art. 4:38.1 Awb bevoegd om meergenoemde ontvlechting als verplichting aan zijn subsidieverlening te verbinden. Een stichting rechtsbijstand maakt onderdeel uit van het specifieke wettelijke instrumentarium van de gefinancierde rechtsbijstand. Bij de uitoefening van haar taken dient eiseres derhalve de daaraan door of krachtens de Wrb gestelde grenzen te respecteren. Gelet op de bijzondere positie van de stichtingen rechtsbijstand kan van hen worden verlangd dat zij uitsluitend werkzaamheden verrichten in het kader van het stelsel van de gefinancierde rechtsbijstand, zoals neergelegd in de Wrb en de daarop gebaseerde wettelijke regelingen. Verweerder kan voorts in redelijkheid eiseres verbieden deel te nemen aan een betalende praktijk op de wijze waarop eiseres thans samenwerkt met de SJD. Op personeel gebied bestaat een zodanige vervlechting tussen eiseres en de SJD dat redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat eiseres in feite een betalende praktijk uitoefent, ook al is de betalende praktijk formeel in een andere rechtspersoon ondergebracht. In feite is sprake van een personele unie. Ongegrond beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl