Rb. Leeuwarden 21 oktober 2002, ECLI:NL:RBLEE:2002:AE9138
Buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is ambtenaar in de zin van art. 1 AW. Eiseres is met ingang van 1 januari 1995 voor een periode van 5 jaar benoemd tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Eiseres is met ingang van 1 januari 2000 herbenoemd met de bepaling dat de benoeming geldt tot 1 september 2001. Hierbij heeft verweerder overwogen dat buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand alle bij het ambt behorende taken dienen uit te voeren. Nu eiseres kenbaar heeft gemaakt moeite te hebben met partnerregistraties en met het sluiten van huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht, heeft verweerder besloten tot tijdelijke herbenoeming. Eiseres is niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar, aangezien naar verweerders oordeel een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand geen ambtenaar is in de zin van art. 1 AW. Rechtbank: Niet in geschil is dat eiseres door verweerder tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is aangesteld. Ten aanzien van de vraag, of deze aanstelling voor haar ook de status van ambtenaar meebrengt, overweegt de rechtbank het volgende. Zoals uit art. 1 lid 2 AW blijkt, is het begrip "openbare dienst" ruim geformuleerd. Uit die formulering kan worden geconcludeerd dat in ieder geval de Staat en onder meer de gemeenten tot de "openbare dienst" behoren. Naar het oordeel van de rechtbank vallen de taken van de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, te weten het sluiten van partnerregistraties en huwelijken met toepassing van de desbetreffende bepalingen van het BW, als officiële verrichting namens de overheid onmiskenbaar onder het ruime begrip "openbare dienst". Dat betekent dat de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn als bedoeld in art. 1 AW. Daaraan doet niet af het beroep van verweerder op art. 16 lid 3 van Boek 1 BW, waarin (voor zover hier van belang) is geregeld dat buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand mede kan zijn een persoon die geen ambtenaar in gemeentelijke dienst is. Blijkens de Parlementaire Geschiedenis van dit artikel heeft de wetgever immers de mogelijkheid willen scheppen om voor deze specifieke taak ook personen aan te stellen die de voor het leiden van de huwelijks-ceremonie vereiste vaardigheden hebben, maar geen ambtenaar van de gemeente zijn (TK 1990-1991, 21 847, nr. 3, onder 1.4) Uit die regeling volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand na de aanstelling geen ambtenaar is in de zin van art. 1 AW. De vraag of iemand dat is, wordt immers niet beantwoord op grond van het bepaalde in art. 16 lid 3 van Boek 1 BW, maar op grond van art. 1 AW. Voorts betekent het feit dat de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is uitgezonderd van de collectieve arbeidsvoorwaarden regeling van de gemeente Leeuwarden niet dat de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand geen ambtenaar is in de zin van art. 1 AW, maar alleen dat deze ambtenaar niet onder deze regeling valt. Ook het gegeven dat de gemeente Leeuwarden geen bijzondere rechtspositieregeling voor de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand kent, doet niet af aan het ambtenaarschap in de zin van de AW van eiseres. Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden, verweerder. mrs. D.J. Keur, C.H. de Groot, P.G. Wijtsma
De uitspraak op rechtspraak.nl