Rb. Leeuwarden 23 april 2002, ECLI:NL:RBLEE:2002:AE2170
Gebruikelijkheidscriterium; behandeling kan op grond van dit criterium adequaat zijn, terwijl er geen wetenschappelijk verband is aan te tonen tussen vermeende oorzaak en klachten. Weigering vergoeding voor verwijderen van siliconen borstimplantaten. Niet in geschil is dat indien de siliconen borstimplantaten van eiseres zouden worden verwijderd de vervanging door andere prothesen door verweerder zal worden vergoed. Aldus resteert de vraag of verweerder terecht en op goede gronden besloten heeft geen vergoeding toe te kennen voor het verwijderen van de prothesen van eiseres. Nu door verweerder niet is weersproken dat het lekken van siliconen borstimplantaten (fysieke) klachten tot gevolg kan hebben, staat vast dat de door eiseres gewenste behandeling dient te worden beschouwd als een voorziening in haar geneeskundige verzorging als bedoeld in art. 8.1.a ZFW. In geschil is derhalve de vraag of de gewenste voorziening aan het 'gebruikelijkheidscriterium' kan voldoen als bedoeld in art. 12.1.a Verstrekkingenbesluit. Een behandeling is gebruikelijk indien deze naar de stand van de medische wetenschap en praktijk in Nederland adequaat is (zie Centrale Raad van Beroep van 14 maart 1997, gepubliceerd in RSV 1997/190, ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6868. De plastisch chirurg Kappel constateert dat er wetenschappelijk gezien nog steeds geen verband is aangetoond tussen het hebben van borstimplantaten en een klachtenpatroon waarbij met name de extreme vermoeidheid en gewrichtsklachten op de voorgrond staan. Wel leert de ervaring volgens Kappel dat enkele maanden na het verwijderen van de implantaten inclusief het daar omheen liggend kapsel de klachten van patiënten doorgaans verbeteren. Hieruit herleidt de rechtbank dat Kappel bereid is de door eiseres gewenste behandeling uit te voeren, ondanks dat tussen de klachten van eiseres en de siliconen borstimplantaten die zij thans heeft (nog) geen wetenschappelijk verband is aan te tonen. Dit doet naar het oordeel van de rechtbank vermoeden dat de door eiseres gewenste behandeling in de kring der beroepsgenoten gebruikelijk is. Vorenstaand vermoeden acht de rechtbank onvoldoende weerlegd door verweerder. Verweerder heeft een dossierstudie verricht naar de vraag of tussen de klachten van eiseres en de siliconen prothesen die zij thans heeft een wetenschappelijk verband is aan te tonen. Daarmee heeft verweerder een te beperkt criterium aangelegd. Gelet op het gebruikelijkheidscriterium is het denkbaar dat een behandeling als adequaat kan worden aangemerkt, terwijl er geen wetenschappelijk verband is aan te tonen tussen de vermeende oorzaak en de klachten. Het had derhalve op de weg van verweerder gelegen nader onderzoek te verrichten naar de stand van de medische wetenschap en praktijk in relatie tot de (vrees voor) klachten van eiseres als mogelijk gevolg van de siliconen implantaten die zij thans heeft. Beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met art. 7:12.1 Awb. bestuur van De Onderlinge Waarborgmaatschappij De Friesland Zorgverzekeraar U.A., verweerder. mr. P.G. Wijtsma Ziekenfondswet 8.1.a Verstrekkingenbesluit 12.1.a Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet 2
De uitspraak op rechtspraak.nl